Terug naar de dagboeken

Beter mijn best doen

Toegevoegd op : 3 oktober 2013 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Lieve Jeremy, Afgelopen zaterdag heb ik jou flink aangesproken op je gedrag. Dat hebben pubers soms nodig, dus dat moeten (pleeg-) ouders dan doen. Het probleem is echter dat jij een zeer beperkte opnamecapaciteit hebt als het gaat om taal. Als ik langer dan een minuut aan het woord ben is het eigenlijk al teveel, en komt het overgrote deel van de informatie niet meer binnen. Zelf ben je ook geen prater. Als ik je vraag waarom je iets gedaan dan wel nagelaten hebt mompel je vaak 'ik weet het niet'. En als ik je na mijn preek vraag om samen te vatten wat ik je geleerd heb, kom je niet verder dan een benepen ' dat ik beter mijn best moet doen'. Je ziet dan even geen perspectief meer en oogt zo vreselijk eenzaam dat ik geneigd ben per direct alles te vergeven en te vergeten. Maar ik word geacht op te voeden, dus dat doe ik niet.

Je kunt het niet helpen, dat weet ik. Je bent met beperkte vaardigheden geboren, en hebt hersenvliesontsteking gehad. Bovendien was de situatie waarin je de eerste jaren van je leventje opgroeide verre van ideaal, je bent niet voor niets uit huis geplaatst als kleuter. Je hebt een moeilijke start gehad, die veel invloed heeft op wie je nu bent.

Toen wij elkaar voor het eerst ontmoetten, bijna zes jaar geleden alweer, wisten we meteen dat het goed zat. Je hebt op basis van één kort bezoekje 's avonds al tegen je groepsleidster gezegd 'ik wil bij Maarten wonen’. Ook ik wilde ook niets liever dan dat. En slechts een paar maanden later was het zo ver. Jij bent het beste wat me ooit overkwam, niemand is me dierbaarder dan jij. Maar mijn beste vriend ben je niet. Ik krijg jeuk van ouders die hun kind hun beste vriend noemen. Die beste vriend moet jij zelf vinden onder je leeftijdsgenoten. En hier wringt de schoen als wij met elkaar botsen zoals zaterdag.

Want als ik je aanspreek op je gedrag voel jij je verraden, in de steek gelaten. Je stelt onze band centraal. Maar het gaat op zo’n moment niet om onze band. Die blijft. Het gaat niet om wie jij bent. Het gaat om wat je doet of nalaat. Dat is een fundamenteel uitgangspunt van opvoeden: je bekritiseert niet de persoon maar de daad. Dat begrijp jij niet. En hoe meer woorden ik uit de kast haal om het je uit te leggen, hoe meer het jou begint te duizelen. Weet je Jeremy, op zo’n moment baal ik van mezelf. Dat ik zo taalgericht ben, zoveel woorden nodig heb. Terwijl ik weet hoe moeilijk het voor je is om al die informatie te verwerken.
Jij zegt na enige tijd dan sorry, en wilt zo graag dat alles weer goed is. Maar ik praat maar door. Over oorzaak en gevolg, en over verantwoordelijkheid nemen voor je daden. Ik wil je dan zo graag iets leren waarmee je weer een stapje verder komt. Maar ik zeg teveel, wil teveel, verwacht teveel.

Daarom schrijf ik deze brief. Ik ga hem jou niet geven: te lang en te moeilijk. Maar misschien is hij een goede uitlaatklep voor mezelf. En lukt het me tegenover jou beter die tsunami van woorden binnen te houden. En je uitgestoken hand aan te pakken. Je 'sorry’ alleen met 'oké’ te beantwoorden. En daarna verder te gaan met datgene waarmee mannen hun band het best onderhouden: samen iets doen.

Jeremy, ik zal beter mijn best doen.

Maarten


Terug naar de dagboeken