Terug naar de dagboeken

Bestel nu uw kabouter

Toegevoegd op : 1 april 2011 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Een paar piepjes van mijn telefoon geven aan dat er een sms’je is binnengekomen. De afzender is pleegzoon Jeremy, en ik lees: ‘Wilt u een kabouter, toets 1. Wilt u een kleine kabouter, toets 2. Wilt u een heks, toets 3. Wilt u dood, toets 5.’

Jeremy en ik houden van absurde onzinhumor. En bij een berichtje als dit slaat mijn fantasie op hol. Ik zie op slag een gezin voor me, verveeld hangend voor de tv. Een van de kinderen vraagt: “Ah mam, mag ik een kabouter bellen ?” En moeder antwoordt dan: “Nou eh… schatje, niet te lang dan, en niet je adres geven hè”) Of … betekent het bericht dat je een kabouter thuisbezorgd krijgt? En leeft hij dan nog, of komt hij recht van de grill? (“ Schatje, neem dan een kleine, een gewone kabouter kon je vorige keer ook niet op, weet je nog? “) U merkt het, als we in vorm zijn is er weinig voor nodig om totaal door te draven in onzin.

Waar we ook erg van houden is van, excuses voor het woord, ‘afzeikhumor’. Struikelt er iemand, dan zeggen we: “Ja, moeilijk hè lopen.” Laat er iemand een glas kapot vallen: “ Sufferd! Dat glas had ik nog van een lieve oude koning gekregen.”
“Maarten, wil je mijn schoenen even aandoen ?” “Nee, want die zijn me acht maten te klein.”
“Weet jij hoe laat het is?” “Ja.” (En dan gewoon weglopen.) En als er iemand tegen je aanbotst: “Goh. Is dat nou niet lastig, zo lomp zijn?”

Pleegzoon Amchid (7) heeft nog geen ervaring met humor. Zo was er onlangs de situatie waarin hij mijn vader (‘pleegopa’) wat uitdaagde. Deze reageerde vrolijk: ‘Kek mar uit, daodelijk vat ik oe!’ Hij was nogal verbijsterd over Amchid’s felle antwoord: ‘Dan sla ik jou voor je bek!’ Dat is niet leuk, en geen humor. Dat is gewoon een onbeschofte opmerking. Maar het is Amchid niet kwalijk te nemen. Want even daarvoor heeft Jeremy mijn vader begroet met “ Hé maffe meloen!” En heeft mijn vader geantwoord: “ Beetje dimmen, pepernoot, of ik sluit je de rest van de avond weer op in de kast!” Amchid ziet en hoort dat. Het ontgaat hem echter dat Jeremy en mijn vader een heel sterke en goede band hebben, en die onderhouden met dit soort humor. En dat hijzelf die band (nog) niet heeft. Amchid voelt relaties niet aan, en heeft grote moeite met afstand en nabijheid. Zijn contacten en communicatie zijn vooralsnog praktisch van aard. Mensen en dingen zijn inwisselbaar, en hij gebruikt ze willekeurig, of zoals hij anderen dat ziet doen. Dat zou je een sociaal gebrek kunnen noemen. En ik geef grif toe dat humor het er niet altijd gemakkelijker op maakt. Omdat je met humor dan wel alles kunt zeggen, maar alleen als je weet hoe je je tot de ander verhoudt, en de juiste toon en nuance treft.

Maar Amchid is nog jong, hij heeft de tijd om te leren. Er zal zeker ooit een moment komen dat hij niet meer bezorgd informeert in welke kast Jeremy opgesloten wordt, en voor hoe lang. Of opgewonden vraagt of je een kabouter die je bestelt ook mag houden. “Wow, mag ik het proberen Maarten, de 1 intoetsen?”

Maarten


Terug naar de dagboeken