Terug naar de dagboeken

Achterbal

Toegevoegd op : 16 september 2013 in het dagboek van Pleegvader Maarten

Toen ik in op een herfstige namiddag in 2007 voor het eerst een bezoekje bracht aan mijn toekomstige pleegzoon Jeremy (toen nog 8), was hij aan het voetballen op het terrein van het internaat. De bal rolde toevallig (?) voor mijn voeten en ik schoot hem terug, waarna Jeremy de bal met een mooie linksbenige pass naast mij in het denkbeeldige doel schoof. Dit was het eerste wat we samen deden.

Het was eigenlijk helemaal volgens het boekje: een jongen leren kennen, contact opbouwen en met hem communiceren, gaat veel gemakkelijker als je er iets fysieks bij doet. Gezellig kletsen aan tafel of op de bank is meer geschikt voor meisjes; jongens krijgen dan gauw onrust in hun lijf.

Helaas trok Jeremy uit dit spelletje de conclusie dat Maarten net als hij blijkbaar heel erg van voetballen hield. En dat is niet zo. Dus gingen we die eerste maanden op zoek naar een balans. We moesten elkaar nog leren kennen, en ontdekken wat we beiden leuk vonden. Iedere dag voetballen vond en vind ik best wel een hele opgave, maar Jeremy iedere dag teleurstellen is ook zielig. Al snel breidden we ons repertoire uit met basketballen, volleyballen, badmintonnen, jeu de boules, en darten. En niet te vergeten de talloze kaart- en bordspellen waar Jeremy zo goed in is, en die we beiden leuk vinden.

Voetballen behield een bescheiden plekje in ons activiteitenpakket, maar werd eens per jaar tijdelijk heel populair als het Schoolvoetbaltoernooi op komst was. Ik stelde dan op verzoek een heel trainingsprogramma op voor Jeremy. Passeerbewegingen, conditie-oefeningen, penaltyschieten, gericht passen, dribbelen: alles kwam aan bod. In 2011 wierp dat zijn vruchten af: Jeremy en zijn klasgenoten werden kampioen. Geweldig natuurlijk. Wat de overwinning extra glans gaf, was dat zijn school voor speciaal onderwijs decennia lang geen deuk in een pakje boter had kunnen voetballen op dit toernooi, en nu de andere tien basisscholen aftroefde. Inclusief die twee kakscholen die uitsluitend getalenteerde jochies van voetbalverenigingen in hun teams opnamen.

We zijn inmiddels jaren verder. Kaarten, darten en bordspelletjes spelen doen we nog regelmatig samen. Maar we doen helaas ook heel veel niet meer samen. Dat gaat nou eenmaal zo met een jongen van 14 die zijn eigen vrienden en bezigheden heeft, en zijn eigen leven opbouwt.

Blij en trots kan ik u dan ook mededelen dat Jeremy en ik onlangs een nieuw voetbalspel hebben uitgevonden. Uitermate geschikt om actief met uw puber om te gaan. Zelfs als u niet van voetballen houdt. Het spel heet achterbal, en het enige wat u nodig heeft is een voetbal en wat ruimte buiten. En een middellijn die u, afhankelijk van de ondergrond, tekent met een krijtje of stokje. Het kan zelfs een virtuele middellijn zijn die u zich inbeeldt door bijvoorbeeld tussen 2 palen/bomen/struiken/bankjes met bejaarden door te spelen. Verder heeft u niets nodig. Ook geen goals, wat in ons geval zelfs mede bijdroeg tot de ontwikkeling van achterbal daar onze minigoaltjes onlangs gejat zijn.

Ga tegenover elkaar staan, een meter of 20 uit elkaar. Uw puber mag beginnen en trapt de bal over naar u. En nu komt het: iedere speler mag de bal slechts 2 keer aanraken, en de bal mag niet achter je komen. Die twee keer kun je gebruiken om eerst de bal te stoppen en vervolgens terug te schieten. In één keer mag ook. De bal moet wel over de middellijn komen. En de spelers niet.
Je hebt een punt als:
1) je de bal achter je tegenstander weet te spelen
2) je tegenstander de bal meer dan 2 keer aanraakt
3) je tegenstander de bal om wat voor reden dan ook niet in 2 keer over de middellijn weet te spelen.

Puntentelling: tot de 15. Is het puntenverschil kleiner dan 2, dan gaat u door tot de 20. Een potje achterbal duurt ongeveer 45 minuten. Vindt u 30 minuten al ruimschoots voldoende, begin dan een half uur voor aanvang van uw pubers favoriete televisieprogramma.

Hup, naar buiten!

Maarten


Terug naar de dagboeken