Terug naar de dagboeken

Verstoppertje

Toegevoegd op : 22 maart 2010 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Het is vrijdag. Sophie en ik rijden naar Jeugdzorg voor haar driemaandelijkse, begeleide bezoek aan haar vader. De sfeer in de auto is wat gespannen, zoals altijd tijdens deze ritten. Het is al een paar keer misgegaan de afgelopen jaren, zowel bij haar vader als bij haar moeder. En tijdens de resterende bezoeken balanceert het op het rándje van misgaan. Deze bezoeken zijn 'hard werken’ en Sophie en ik bereiden ons er op ons eigen manier op voor tijdens de autorit. Wat moét een kind van vijf jaar toch soms doorstaan?

We komen stipt op tijd binnen en haar vader zit in de wachtkamer. Ze loopt op hem af en omhelst hem liefdevol. Zodra we dit gebouw binnenlopen, is Sophie zichzelf niet meer. Ze verandert in iets dat inderdaad 'het beste’ is…, gezien de omstandigheden. Ik vind dat altijd bijzonder én pijnlijk om te zien. Het tekent haar aanpassingsvermogen én haar kwetsbaarheid tegelijk.

De eerste zes minuten van het bezoek verlopen buitengewoon prettig. Het doet Sophie zuchten en uitademen. Ze ontspant: papa Bert is niet boos! Ik haal ook diep adem; misschien gaat het meevallen dit keer.

En dan gebeurt het; iéts triggert papa Bert en het is nu alleen nog de vraag hoevéél. Sophie verstart en wacht af. Wat een belachelijke situatie! Dat míjn reactie dezelfde is als die van Sophie! Ik zou haar moeten beschermen nu! Ik kijk naar papa Bert en vrees het ergste. Ik kijk naar de voogd en zie dat zij ook wacht… Wat gaat papa Bert doen?!

Papa Bert verdwijnt in zichzelf. Ik zié hem letterlijk gaan. Hij zakt in zijn woede en zal in dit tempo binnen enkele minuten héél gevaarlijk worden. We moeten weg! Als ik Sophie nú niet oppak, durf ik niet meer. Ik begrijp ook dat, hoe langer ik wacht, hoe gevaarlijker hij wordt. Ik ben nú al heel bang, laat staan straks. Hij trekt wit weg en gooit met zijn koffiekopje. De verschrikkelijke woorden die uit de mond van papa Bert komen, zijn lang niet zo beangstigend als zijn blik.
Ik sta op en pak Sophie. Ik kan niet meer wachten op een teken van de voogd; ze moet hier weg. Nu!
“Ik doe mijn oren dicht. Ik doe mijn oren dicht. Ik doe mijn oren dicht,” fluistert Sophie in een mantra, terwijl ze haar ogen dichtknijpt met de handen op haar oren.
Met een bloedgang pak ik onze spullen en trek Sophie mee. Achter ons neemt het geweld ernstiger vormen aan en een stoel vliegt door de lucht. Sophie is veel te traag en ik til haar ruw op om te kunnen rennen.
“Ga!” roept de voogd.
Mijn hartslag is zeshonderd per uur en ik kijk nog een laatste keer achterom. De voogd houdt de deur dicht en verdedigt ons, terwijl een waanzinnige man haar wil aanvallen met een ouderwetse kapstok.
Ik ga mijn auto niet halen zo en besluit een verdieping lager dekking te zoeken. Ik tril als een rietje en Sophie kijkt alsof ze er niet helemaal is: “Mama? Zijn we ons weer aan het verstoppen voor papa Bert?” fluistert ze.
Wéér. Ik hoor verdomme alleen het woord 'wéér’! Ook IK laat het zover komen dat ze zich moet verstoppen voor papa Bert!

Papa Bert heeft een spoor van verwoesting achtergelaten. Letterlijk, omdat op drie verdiepingen én op de parkeerplaats zijn handdruk terug te vinden is. Figuurlijk, omdat Sophie op déze manier nog steeds niet veilig is; één keer per drie maanden een uurtje is in dit geval véél te veel!

Met vriendelijke groet,

Lotte


Terug naar de dagboeken