Terug naar de dagboeken

Schelden

Toegevoegd op : 22 februari 2010 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Sinds 11 januari zit Agam op de dagbehandeling van een kinderpsychiatrische instelling. Het was een grote stap, maar een nodige..., want thuis ging het niet langer. De structuur en 'kleine' omgeving daar doen Agam goed; hij weet waar hij aan toe is en dat geeft hem een veilig gevoel. Maar verder zien zíj nog niet veel bijzonders aan Agam. Ja, hij kan behoorlijk kwekken, heeft moeite met het herkennen van emoties en is constant bezig zijn omgeving in de gaten te houden. Maar that's -tot nu toe- it. En dan komt meneertje thuis en zal de boel weer eens even kort en klein slaan. Het blijft onvoorstelbaar.

Ik las laatst een verslag uit zijn babytijd. Toen woonde hij nog niet bij ons, maar op een baby-crisisgroep. “Agam is zo druk met het – vanuit een onveilig gevoel – in de gaten houden van zijn omgeving, dat zijn ontwikkeling ernstig gevaar loopt.”
Tja. Dat is wat ons betreft niet echt veranderd; daar heeft Agam het nog steeds zeer druk mee. Bovendien is hij ondertussen een meester geworden in observeren en schakelen. Wat hij, met zijn acht jaar, al doorheeft qua sociale verhoudingen is eigenlijk niet meer normaal.

Agam vloekt nogal. En scheldt. Hij is dan niet te corrigeren en weet precies dát te zeggen wat het meest kwetst. Wij hebben dit neergelegd bij de dagbehandeling als zijnde het grootste probleem, waar we het snelst hulp bij zouden willen. Er werd een beloningssysteem bedacht dat Agam zou stimuleren die woorden thuis niet meer te zeggen. Hij krijgt een stempel als hij drie uur geen afschuwelijke woorden zegt. Agam werd bij het gesprek gehaald om te vertellen welke woorden hij dacht dat mama en papa bedoelden en dus niet meer wilden horen. Hij vond het nogal grappig en dreunde zijn rijtje lelijke woorden bijna trots op. Nee, hij ging het niet meer zeggen. Hij beloofde het.
Wij, als ouders, moesten inwendig zuchten. Dit beloningssysteem is trap één in de cursus opvoeden. Wij zijn met Agam al bij trap tachtig. Maar goed…., we moeten ook onze goede wil tonen. Vijftien zinnen. Vijftien van zijn standaard, hele erge zinnen mag Agam niet meer zeggen. Dan krijgt hij een stempel. En bij tien stempels een beloning.

We lopen naar de auto met Agam. Agam glimlacht.
“Vond je het gesprek leuk, Agam?” vraag ik, en ik zie al dat hij een briljant plan heeft, dat ongetwijfeld ook briljant zal zijn.
“Ja,” grijnst hij, “Maar wat zijn die gasten dom.”
“Vond je?”
“Ja,” schopt hij tegen het wiel van een geparkeerde auto,” Ja! Dat vond ik, ja!”

Thuisgekomen wordt Agam boos. Om iéts. Hij begint te schelden. En te vloeken. Niet te corrigeren. Niet te remmen. Vreselijk.
Maar hij gebruikt geen wóórd van het lijstje. Geen woord! Zijn hele vocabulaire is nieuw. Nét zo lelijk, maar nieuw….
“Zo. En zeg niet dat ik die stempel niet krijg, want ik heb geen woord gezegd van het 'lelijke-woordenlijstje’,” krijst hij.
Ik kijk hem aan:“Je krijgt je stempel, want zo is het afgesproken. Maar ik kleur hem niet in. Zwart-witte stempels zijn volgens het lijstje. En de ingekleurde stempels zijn, als je doet zoals jij wéét dat het hoort.”

Een uur later wil hij op schoot knuffelen en fluistert: “Ik hou van je, mam. Zo verschrikkelijk veel!”
“Ik ook van jou, lieverd. Ook verschrikkelijk veel!”

Met vriendelijke groet,
Lotte


Terug naar de dagboeken