Terug naar de dagboeken

Regels

Toegevoegd op : 24 maart 2011 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Agam mag gelukkig tot en met de zomervakantie op de dagbehandeling blijven. Op het Triversum, waar ze hem (na onze jarenlange zoektocht naar hulp) éindelijk de veiligheid en structuur geven, die hem zo moeilijk te bieden is. Zij trapten niét in zijn charmeurs-looks en amabele kunsten. Zij namen de tijd, die sommige problematiek verdient. Waarvoor onze intense dank.

Nu we besloten hebben dat Agam bij ons blijft, moeten we wel andere maatregelen nemen; vooral qua tijdsverdeling. We moeten – hoe dan ook – zorgen dat we de draagkracht toch enigszins verdelen, willen we dit volhouden. We moeten een naschoolse opvang vinden voor hem. Reguliere basisscholen zijn verplícht gepaste naschoolse opvang (nso) aan te bieden. Het bijzondere onderwijs is dat niét.
Na intensief zoeken blijkt er binnen een straal van twintig kilometer geen gepaste nso voor Agam te vinden. Dat is toch al knap tenenkrommend.
We krijgen een tip dat er dertig kilometer van ons huis een plek is waar hij zou kunnen passen. Ik bel, vertel over Agam, en we mogen snel komen kijken en kennismaken.

Het is een prachtig pand! Een zogezegd 'kwijl-pand’; vrijstaand, grote ruimtes, leuk en vriendelijk ingericht en een tuin waar je rustig in kunt verdwalen. Maar goed…, een pand is niet dát waar je je kind aan toevertrouwt.
De mevrouw en eigenaresse, die ons ontvangt, geeft mij snel een hand en zakt dan door haar knieën om Agam hartelijk te begroeten. Niet doen! Niet door je knieën zakken!, denk ik meteen. Ze houdt zijn hand (te) lang en (te) warm vast in een poging zijn blik en vriendschap te winnen. Niet doe-hoen! Laat hem los!, denk ik opnieuw. Agam schuifelt wat heen en weer en voelt zich ongemakkelijk, maar glimlacht zijn aangepaste verlegen-jongetjes-lach, en ik zie hem denken dat dit niet iemand is waar hij rekening mee hoeft te houden of respect voor hoeft te hebben. Ze vraagt naar zijn naam en waar die naam, in oorsprong, vandaan komt. Godsamme…, we kunnen eigenlijk nu meteen wel omdraaien en naar huis gaan. Wat een onnozele en razendsnelle drie-fout.
Drie voor de fout, nul voor de goed. Weet u wel wat een reactieve hechtingsstoornis is?? U zéi van wel!
Maar ik heb zelf mijn moeder ter back-up meegenomen, dus beleefdheid is mijn deel (grapje, mam).
Agam gaat op ontdekkingstocht met een van de medewerkers en ik ga, met mijn moeder, in gesprek met de mevrouw. Het gesprek in de huiskamer verloopt chaotisch omdat ze zich om de haverklap uitgebreid laat afleiden door een kind. Daarbij lijkt haar afleiding ons voornamelijk een beeld te moeten geven van haar uiterst liefdevolle en enthousiaste omgang met de kinderen, en dat irriteert me steeds meer.

We zitten weer in de auto op weg naar huis. In code-taal heb ik drie woorden met mijn moeder gewisseld, maar meer kan niet met Agam erbij. Agam is even een beetje stil.
“Mam?”
“Ja?”
“Jij zei toch dat ik juist toch wat méér nodig heb dan veel andere kinderen?”
“Ja. Hoezo?” vraag ik terug.
“Nou…,” zegt hij nadenkend, “Dit was toch eerder mínder dan méér, of niet? Ze hadden niet één regel!”
Ik kijk mijn moeder aan en we schieten allebei in de lach. Agam wordt er een beetje boos om, maar ik vertel hem dat ik hem knap vind.
“Oma en ik denken precies hetzelfde, Agam. Ze hebben te weinig regels voor jou. Dit is niet het goede plekje, maar ik vind het erg knap dat je dat zelf ook ziet, en zégt.”
Door die laatste opmerking komt Agam los:“Ik moet regels, mam. Héél véél regels. Ik zou bij hen morgen, nee vandaag, al de baas zijn. En ik zeg wel vaak dat ik je haat, maar ik wil eigenlijk regels, en ik zeg dit maar één keer, maar als ik regels héb…, dan wil ik ze weg en daar doe ik dan alles voor. Maar als ik géén regels zou hebben, dan word ik helemaal gek. Echt gek. Mogen mijn straf-tien-minuten er trouwens af, want ik doe het nu wel héél goed, vind je ook niet?”
“Nou! Je doet het zeker goed. En nee, je straf-tien-minuten mogen er niet af.”
Agam’s lichaamshouding verandert: “Ik háát je echt, weet je dat?!! Doé ik het goed…, dan kan ik nóg niet met je praten! Ik wou écht dat ik niet bij je woonde. Ik haat je echt.”
Mijn moeder slikt en knikt begrijpend, emotioneel bij deze ommekeer.
Ik knik ook en glimlach.
We doen het goed.

Groet,
Lotte


Terug naar de dagboeken