Terug naar de dagboeken

Pijnschaal

Toegevoegd op : 26 januari 2012 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Meestal gaat het leven voorbij als een lekkere autorit: je rijdt, kletst, je let af en toe even extra op om vervolgens rustig, en soms iets harder, verder te tuffen. Ook als ik om me heen kijk, leven de meeste mensen -op fases in het leven na- zo. Het leven met Agam (en in veel mindere mate soms ook met Sophie) is als een autorace: goed opletten, accelereren, inhalen, sterk afremmen, hard sturen, iemand van je pad duwen, gas geven en een noodstop maken. Dit alles met helm op en brandwerende kleding aan. En dan nóg blijft het de vraag of je allemaal heelhuids de auto uitstapt.

Ik lag de afgelopen twee maanden zelf twee keer in het ziekenhuis met heftige buikpijn. Nog nooit gehad. Waar kwam het vandaan? Aangekomen op de Spoedeisende Hulp vroegen ze me de pijn aan te geven op een schaal van één tot tien. Ik gaf het een zeven, met pijnvlagen die wel een negen waren. Ik kreeg morfine. Omdat ze niets konden vinden, werd ik naar huis gestuurd en na een paar dagen zakte het af. Een paar weken later gebeurde het opnieuw en werd me dezelfde vraag gesteld, waarop ik hetzelfde antwoord gaf. Nú wees ander onderzoek wel iets uit en werd ik opgenomen. Het bleek echter iets 'geks’ en ik werd doorgestuurd naar een UMC, waar ik me aankomende week mag melden.

In de dagen dat ik thuis op de bank lag, herinnerde ik me de pijnschaal, die ze op de Spoedeisende Hulp gebruikten. Ik vroeg me af of ze die ook hebben in 'Opvoedland’. Niemand heeft mij ooit gevraagd: ”Mevrouw, kunt u mij vertellen hoe zwaar u de opvoeding van uw (pleeg)kind ervaart op schaal van één tot tien?”
Ik lag me – pijnlijk – grinnikend te bedenken dat dat een buitengewoon efficiënte vraag zou zijn voor Pleegzorgland om in te schatten hoe de zaken ervoor staan.
Eén vraag! Niet duizend onbetekenende, die uitgewerkt moeten worden in zesentwintig kantjes 'Pleegzorg-behandelplan’. En ik stel dan voor dat bij 'zeven of hoger’ geen morfine wordt gegeven, maar wel aandacht, daadwerkelijke hulp, tijd en een luisterend oor.

Mijn moeder is verpleegkundige en ik vroeg haar: ”Maar iedereen heeft toch een andere pijngrens, of een ander piep-niveau. Hoe kan deze pijnschaal dan werken?”
“Het gaat om de persoonlijke beleving,” legde ze uit, “Als jij iets als behoorlijk ondragelijk ervaart, dan is het dus voor jóu behoorlijk ondragelijk en dan heb je hulp nodig.” En daarmee is, denk ik, alles gezegd.

Ik ervaar de opvoeding van Sophie over het algemeen als een drie, qua zwaarte. Sóms is het even een vijfje, maar veel hoger komt het niet…, en áls het al hoger kwam, was dat door oorzaken van buitenaf. Ik ervaar de opvoeding van Agam, nú, mét zijn goeie medicatie, als een acht. Daarvóór had ik het – jaren en jarenlang – een negenenhalf gegeven: in feite nauwelijks te dragen dus…, in medische termen.

Dat was een schokkend besef. Zó hoog! En ben ik opvoedkundig een piep-miep? Nee…. Dus het IS zwaar. Misschien wel niet te doen?! Als 'gewoon’ gezin? Je fysieke pijn draai je met plezier de nek om. Zonder een centje pijn. Je opvoedkundige pijn geef je niét zomaar op, op het moment dat je voor de aller zwaarste keuzes komt te staan, want toegeven aan je opvoedkundige levenspijn betekent – in ons geval – dat je je kind teruggeeft aan een systeem waar je – hard gezegd – geen vertrouwen meer in hebt.

Hij heeft óns. Verder niemand, die écht om hem geeft. … en wat zou hij zeggen als hij antwoord zou kunnen geven op de vraag waar hij op zíjn pijnschaal zit?
Welk cijfer geeft ú de opvoeding van uw (pleeg)kind?


Terug naar de dagboeken