Terug naar de dagboeken

Pijnlijke knopen doorhakken

Toegevoegd op : 24 augustus 2012 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Half mei verhuisden wij Agam naar zijn nieuwe woonplek. Hij kwam in een soort “tussenhuis”: een huis, waar allerlei kinderen/jongeren wachten op hun definitieve woonplek. Deze plek is 'besloten’, wat zoveel inhoudt als dat het op een eigen terrein ligt en dat de deuren op slot gaan, indien nodig.
Agam zou daar wonen tot er een plek vrij zou komen in een 'open’ huis in een woonwijk. Uit alle rapportages bleek dat Agam zijn excessieve gedrag slechts thuis vertoonde, dus mogelijk zou hij het redden in een gewone woonwijk, waar zijn wisselende verzorgers goed om kunnen gaan met het afstand-nabijheids-verhaal. Hopelijk, en zo was de verwachting, zou hij het daar dan één à twee jaar redden.

De eerste anderhalve maand was Agam weer zijn voorbeeldige zelf. Hij paste zich aan, was beleefd en nam iedereen voor zich in. Vermoedelijk was hij ondertussen bezig alle sociale verhoudingen in kaart te brengen, want daarna ging het anders… . Ondertussen woont hij er drie maanden en hebben we deze week een gesprek gehad over zijn wel en – vooral – wee. Het gesprek was met Agams Persoonlijke Begeleider (Pieter), de orthopedagoog en de maatschappelijk werker.
Elke keer als we daar zijn, beseffen we weer in welke goede handen hij is en dat we wat dat betreft bofkonten zijn. En aan Pieter heeft Agam een heel goede PB-er. De man heeft veel verstand van zaken, maar ook een goed hart.

Er worden pijnlijke knopen doorgehakt. Agam laat binnen deze korte tijd al zoveel heftig probleemgedrag zien, dat hij niet op de 'open’ woonplek zal kunnen wonen. Hij blijft 'besloten’ wonen, op het terrein. Welk huis dan het meest geschikt voor hem zal zijn, moet worden uitgezocht.
Uitgesproken wordt dat een huis met een groot verloop het beste zou zijn: veel mensen, die niet te lang blijven.

Ook praten we over de bezoeken. Agam wil graag af en toe naar huis, maar de twee keer dat we dat nu geprobeerd hebben, waren niet ronduit succesvol te noemen. Er begint zelfs een gevaarlijk kantje aan te komen…, zacht gezegd. Koos en ik vinden het vreselijk om Agam ook dát nog te moeten ontzeggen, maar het advies is hard en helder (wat we waarderen!): niet meer mee naar huis. En zij leggen ons uit dat Agam ál zijn relaties púúr functioneel inzet. Oók die met ons.
Ook die met ons? De knalharde, verdrietige waarheid moet even landen.., maar diep in ons hart weten we dat het waar is: wij moeten in alles doen wat hij zegt en anders barst de atoombom. Hij kan soms huilend met ons aan de telefoon zitten, maar dan hangt hij op en binnen een milliseconde is zijn humeur en gezichtsuitdrukking 180 graden gedraaid.

Na het gesprek gaan we naar Agam. Pieter gaat met ons vertellen dat hij niet meer mee naar huis gaat, maar dat wij hem op de groep zullen bezoeken. Anti-atoombom materiaal is vooraf in stelling gebracht en met ons besproken. Vijf minuutjes kletsen we met hem, maar hij vraagt er al zelf naar:”Wanneer mag ik thuis logeren?”. Pieter vertelt hem kalm dat we hebben besloten dat wij hem in de toekomst op de groep zullen bezoeken. Mijn hart huilt, omdat we ook deze beslissing weer moeten maken. Bij Agam gaat het licht uit.

Pieter neemt hem mee naar de 'afzonderingsruimte’. Agam krijst, scheldt en huilt. Als Koos en ik buiten zitten, horen we hem tegen de muur schoppen en schreeuwen. Tranen biggelen over mijn wangen. Bruce, een zeventienjarige medebewoner van Agam, komt bij ons staan:”Die heeft fucking een mental breakdown! Gaat het?” zegt hij troostend. We glimlachen naar hem en ik zeg:”Ja hoor…, maar het is wel verdrietig.” “Fuck, dat snap ik, man!” antwoordt hij begripvol.

's Avonds heeft Agam zijn belmoment. Ik ben wel wat bezorgd over hoe ik hem zal horen. “Hai mam!” zegt hij vrolijk, “Ik heb de Vierdaagse gezwommen en alles is weer goed, hoor.” Hij babbelt verder en vertelt van alles. Niks aan het handje. “Tot zaterdag dan, hè! Dan komen jullie,” sluit hij af. “Tot zaterdag, maatje. Dan zijn we er weer.”

We zouden het moeten weten ondertussen, maar het blijft een ongelofelijk ingewikkelde handicap.

Lotte


Terug naar de dagboeken