Terug naar de dagboeken

Overblijven...

Toegevoegd op : 25 januari 2010 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Toen Sophie bijna drie jaar was, kwam ze bij ons wonen. Al heel snel werd duidelijk dat Sophie moest leren haar grenzen aan te geven, maar ook dat wíj haar moesten leren wat normale grenzen zijn. Je kruipt bijvoorbeeld niet zomaar bij een vreemde op schoot, geeft niet iedereen kusjes en vraagt niet aan een onbekende of je mee naar zijn huis mag.

Dat heeft best voor ongemakkelijke momenten gezorgd, omdat de meeste mensen natuurlijk best vertederd zijn als een klein, onbekend poppetje ze een kusje wil geven of ineens op schoot kruipt. “Och, het geeft niet, hoor! Ik vind het niet erg” hoorden we dan vaak.

Maar wij vonden het wél erg. Wij wilden Sophie de veiligheid geven die ze verdiende, en dat lukt nou eenmaal niet als zij die 'veiligheid’ bij iedereen zoekt. Dus kwamen er duidelijke afspraken met haar, waarbij de strekking was; iedereen is de baas over zijn eigen lijf. Niemand mag jou aanraken als jij dat niet wilt, maar jij mag ook niet zomaar bij een vreemde op schoot kruipen of kusjes geven. Als ze bij iemand op schoot wilde, moest ze dat eerst aan ons vragen. Na een tijdje lukte dat goed en leek het natuurlijker te gaan.

Nu is Sophie een bijdehante dame van vijf en een half jaar. Ze is zich bewust van wie ze is en wat ze wil. Ik bracht haar gisteren naar bed en ze trok haar meest serieuze snoet toen ik haar een laatste knuf gaf:
“Mama, ik ben het zat” zei ze.
“Wat ben je zat?” vroeg ik verbaasd.
“Overblijven op school” zei ze, “Ik ga dat vanaf nu overslagen. Ik ga de overblijf overslagen.”
“Oh?”
“Ik wil soms niet mijn hele broodje opeten en dan wordt één overblijfmoeder steeds boos. En dan moet ik het tóch opeten en dan ga ik huilen en dan doet zij heel gemeen: Ssssssssst!” Sophie brengt ter illustratie haar wijsvinger naar haar lippen, doet het geluid na en kijkt op haar meest gemene blik. “En nu ben ik het zat en denk dat ik de overblijf ga overslagen.”
“Oh” zeg ik nogmaals, want ze is nog niet klaar, zie ik. Dit overblijfprobleem speelt al een tijdje.
“En toen ging ik vandaag op de overblijf maar niet huilen, want dat helpt niet en toen zei ik: Ik wil mijn brood niet meer en dan hoef ik ook niet meer van mama, want ík ben de baas over míjn lijf!”
“Goed denkwerk” grinnik ik, “En toen?”
“Toen ging ze boos kijken en liep ze weg” glimlacht Sophie voldaan.

Ik laat het hier maar bij voor nu. Ze is in staat haar problemen op te lossen en haar grenzen aan te geven. Ik ben trots op haar.
“Mag ik jou nog één kusje geven? Want het is jouw lijf, dus ik vraag het maar even,” knipoog ik naar haar. Dan voel ik twee armen om mijn nek en een dikke, warme kus op mijn wang.

Met vriendelijke groet,
Lotte


Terug naar de dagboeken