Terug naar de dagboeken

Onverwacht ontroerend

Toegevoegd op : 31 december 2014 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Mijn dagboekverhaal van vorige week heb ik , toen ik het geschreven had, meteen óók doorgestuurd naar de politie van de gemeente waar Agam nu woont. Waarom? Eigenlijk weet ik het niet eens, maar ik deed het. Twee dagen later kreeg ik een mail terug van de agent, die Agam die avond had aangetroffen. Ik had geen reactie verwacht..., laat staan een uitgebreide reactie uit het hart. Uiteraard heb ik aan hem gevraagd of ik zijn mail hier mocht delen, en dat mocht.

'Beste Lotte,

Als wijkagent heb ik tot voor kort een wijk in de buurt van je pleegzoon gehad en ik ken de wijk dus goed. Samen met de “nieuwe” wijkagent ging ik “mijn” oude wijk weer eens in en bracht daarbij een bezoek aan het jongerencentrum. Het was een ontspannen avond. Buiten het feit dat er weer wat weglopertjes waren, bij een instelling voor jongeren met problemen, verder geen bijzonderheden. Wij zouden in de surveillance uitkijken voor het geval we de weglopertjes tegen zouden komen. Niet dat we ons echt zorgen maakten, want de weglopertjes kwamen altijd wel weer terug op de locatie waar ze van waren weggelopen. Vaak hangen ze rond in de omgeving, soms stelen ze of vernielen wat en dan gaan ze weer terug.

Toen we uit het jongerencentrum kwamen lopen, zag ik ineens een tweetal jongens in de leeftijd van 13-15 jaar oud. Te jong om op een doordeweekse avond op straat te zijn en voor mij onbekende gezichten.
Ik riep: “Jongens, kom eens hier naartoe , wat doen jullie hier zo laat nog?”
De kleinste van de twee riep gelijk geërgerd: “Waarom, hoezo, ik mag hier zijn.”
Ik zei: “Gewoon even luisteren en komen, dat praat wat makkelijker. Jullie komen vast van de instelling ***** en zijn weggelopen? Hoe lang zijn jullie al weg?”
Kleinste lachend::“Ja klopt, we zijn weggelopen, weet niet hoe lang, maakt ook niet uit toch?”

Aangezien we wel vaker met brutale weglopertjes te maken hebben, vrijwel dagelijks, waren we snel klaar met deze jongens.
“We gaan nu jullie begeleiders bellen en die komen jullie ophalen.”
Direct de reactie van beide jongens: “Echt niet, we gaan echt niet mee.”
Reactie van de kleinste: “Ik ben daar vrijwillig en ik moet daar van alles doen en ik bepaal zelf wel wat ik doe, dat ga jij mij niet vertellen.”

Vervolgens was het hek van de dam, want de kleine opdonder van ongeveer 13 jaar begon ons, de politie, de les te lezen. Kort, en in nette woorden samen gevat:
“Hebben jullie niks beters te doen?
Ik heb niks met jullie te maken.
Ik luister niet naar jou.
Ik doe aangifte van discriminatie tegen jou”,
Etc. etc. Er kwam een waterval van woorden, die je van een geharde volwassen aso zou verwachten. Uiteindelijk werden de jongens opgehaald door de terreindienst van de instelling.

Mijn collega en ik hebben nog lang nagepraat over het gedrag van deze kleine man. Hij haalde ons het bloed onder de nagels vandaan. Hoe kwam het dat hem dat lukte, terwijl wij in eerste instantie gewoon normaal contact wilden krijgen met deze jongens. Hij is pas 13!!!

Een dag later werd ik gebeld door de pleegmoeder van de “kleinste”. Zij bood haar oprechte excuses aan voor het gedrag van haar pleegzoon. Ik was met stomheid geslagen. Dit was mij nog nooit overkomen. Een pleegouder van een van de “instellingskinderen” die excuses maakt voor het gedrag van…. Ik heb het verhaal aangehoord en proefde de machteloosheid. (“Wat moet ik nu nog doen meneer, mijn zoon is al van 4 scholen afgetrapt, is pas 13 jaar, heeft hechtingsstoornis, hoe moeten wij hem nu nog helpen…..?”).

Het enige wat ik kon uitbrengen was: “Hij is nu in de handen van de hulpverlening…..”. De woorden “dus het komt allemaal wel goed” kreeg ik niet over mijn lippen. Mijn zakelijk denken en praten verdween geheel in dit gesprek en had op dat moment echt contact met de persoon aan de andere kant van de lijn.

Ik weet niet of het goed gaat komen met deze jongen, wat als hij straks 18 jaar is en niemand hem meer hoeft te helpen en alles op vrijwillige basis moet geschieden…........? Ik voelde de pijn en machteloosheid van een pleegmoeder die toch het beste wil proberen voor haar pleegkind en ik had er geen antwoorden voor. Het enige dat ik kon aanbieden was mijn begrip voor haar gevoel.

Afgelopen weekend ontving ik een mail via een collega, met daarin duidelijk beschreven, wat het weglopen van het instellingskind teweeg brengt bij de pleegouders. Het begon met de volgende inleiding:
Ik ga er niet vanuit dat jullie tijd hebben om alles te lezen, maar toch wil ik het sturen. Ik hoop dat u het door wil sturen aan de agent die hem die avond aanhield en hem de keuze wil laten. Ik heb zijn mailadres niet. Het spijt ons héél erg dat hij zoveel onrust veroorzaakt.

Een kant van de medaille waar ik, de politie, eigenlijk nooit meer bij stil heb gestaan. Voor de gemiddelde diender in mijn regio, die te maken krijgt met een melding van (vaak meerdere tegelijk) weglopertjes van de stichting is het een routineklusje welke even wordt meegenomen in de surveillance. Vaak zijn de ouders van de kinderen op de stichting niet echt geïnteresseerd in hun kinderen…. en zijn het etterbakkies die maandelijks tientallen malen weglopen en weer terugkomen.

Beste Lotte,
Dit heet een eyeopener. Althans voor mij….. Ik was ontroerd door de betrokkenheid in het verhaal. Een verhaal dat recht uit een pleegmoederhart kwam. Ik kan er helaas niet voor zorgen dat je zoon een ander leven krijgt, maar ik zal bij een volgende melding zeker jouw verhaal meenemen in mijn achterhoofd. Dank daarvoor.
Met jouw goedvinden zou ik jou mail willen doorsturen naar de collega’s van mij. Gun ze namelijk ook dit verhaal.

Ik wens jullie al het goede voor dit en volgende jaren,
Harm Seef.’


Terug naar de dagboeken