Terug naar de dagboeken

Onrust, deel 2...

Toegevoegd op : 23 november 2009 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Vorige week heb ik geschreven hoe we, na een opvangperiode van vijf maanden, Stevey naar een perspectiefbiedend pleeggezin hebben gebracht. We misten hem allemaal. Inmiddels hoorden we wel dat het niet goed ging met Stevey. Hij at en dronk nauwelijks en sprak niet meer.

Na negen weken haalden wij Stevey weer op bij het andere gezin. Hij was 25% van zijn lichaamsgewicht kwijt en kon alleen nog klanken uitslaan. Ons hart brak. Hij had vreselijke heimwee gehad. Eenmaal bij ons thuis begon Stevey weer te praten en wilde hij veel eten en drinken. Hij was van een druk monstertje veranderd in een timide en angstig kereltje met weer een bleke huid. “Ik niet weg?! Jij niet weg?!”, hoorden we hele dagen uit zijn mond komen. “Nee, je hoeft niet meer weg, Stevey-kanjer, en wij blijven ook,” antwoordden we, omdat we ondertussen besloten hadden dat deze kleine man ook hier groot kon worden. Ons antwoord stelde hem dan voor vijf minuten gerust. Dat liet hij merken door te verzuchten: “ik hoor bij óns!”

We zitten met de drie grote kinderen op de bank. Stevey ligt al op bed. Koos en ik hebben er lang over nagedacht hoe we dit moeten brengen. Ondanks de onveiligheid die het kan geven, leek de waarheid ons toch het beste.

“Jongens, we hebben niet zo leuk nieuws, want het ziet er toch naar uit dat Stevey ons binnenkort weer gaat verlaten.”
Luuk kijkt geïrriteerd op, zijn ogen staan kwaad en de tranen springen er meteen in: “Alwéér?! Hij mocht blíjven!! Waarom dan?!”
Agam kopieert dat gedrag en wordt ook boos, maar beseft het nog niet helemaal.
Sophie reageert vertraagd, kleedt haar Barbie nog even aan, en zegt dan alleen: “huh?”
“Stevey heeft een nieuwe voogd en die denkt toch dat hij naar huis kan, naar zijn moeder en vader.”

Het is stil in de kamer, iedereen laat het bezinken. Terug naar je moeder of vader mogen is iets dat boven alles gaat, zo was de regel tot nu. Daar mag je nooit tegen zijn.

“Blijft 'ie dan wel eten nu? En praten?” vraagt Agam voorzichtig.
“Dat hopen we wel. Dat weten we niet,” antwoorden we naar waarheid.
“Is die nieuwe baby er dan al?” vraagt Luuk.
“Nee, die nieuwe baby hebben ze nog niet. Die moet nog geboren worden.”
“En Stevey’s kleine broertje? Gaat die ook terug?” vraagt Luuk aanvallend.
“Ja,” knikken wij, “die gaat ook terug.”

Weer stilte…

“Hoe kan het nou dat die nieuwe voogd ineens wel vindt dat hij terugkan? Hoe kan dat nou?” roept Luuk en gooit zijn handen in de lucht, voordat ze terugknallen op zijn schoot.
Ik kijk Koos aan: “Dat snappen wij eigenlijk ook helemaal niet, Luuk. Wij vinden het ook erg moeilijk.”

Stevey gaat ons binnen twee weken verlaten. Hij gaat terug naar zijn moeder, samen met zijn kleine broertje… Vier weken vóór zij zal bevallen van haar derde kindje.
Onze zorg is groot.

Met vriendelijke groet,
Lotte


Terug naar de dagboeken