Terug naar de dagboeken

Lieve Agam

Toegevoegd op : 28 februari 2011 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Lang geleden al, moesten wij toegeven dat jouw opvoeding het uiterste van ons vroeg. Ooit moesten we ons neerleggen bij het feit dat jij medicijnen nodig hebt om jouw angsten en agressie voor een deeltje te verminderen. We moesten accepteren dat jij op je plek was in een kinderpsychiatrische omgeving en dat je daar langer bleef dan de meeste kinderen. We leerden accepteren dat je echt erg gehandicapt bent, ook al is het niet direct zichtbaar. Al die stappen waren moeilijk... Toch zeiden we steeds, eenmaal de stap genomen: wat goed dat we het toch gedaan hebben.

Waar we nú voor staan, is het moeilijkst. Onmenselijk. Nog niet te dragen. We moeten accepteren dat we jou niet langer kunnen geven wat je nodig hebt. We moeten de dagelijkse zorg voor jou overdragen aan andere mensen. Dat weet jij zelf nog niet, maar wij zijn al, heel nauwkeurig, aan het kijken waar jij het beste op je plek zal zijn. Een plek waar je veilig groot kunt worden. Waar wij, door de hulpverlening, waren voorbereid op een schrikbarende wachtlijst van op z’n minst twee jaar… hebben we nu gehoord dat je dít jaar al een plek zou kunnen hebben ergens. Dat is eigenlijk nét zo schrikbarend. Maar het is een plekje dat heel goed bij je zou passen. Een plek bij mensen die heel veel verstand hebben van hoe ze met jou om moeten gaan.

Het gaat jou, en ons, héél intens veel verdriet doen… maar we hebben de hoop dat je daar de rust gaat vinden die wij je niet hebben kunnen geven. Dat is de belangrijkste reden om deze stap te maken. We moeten 'ons’ afbreken… om jou goed op te kunnen laten groeien Dat jouw handicap niet zichtbaar is, is deels fijn. Maar vooral ook niet. Het maakt het héél, héél lastig voor je, want geen mens houdt er rekening mee. Dat kunnen ze ook niet. Ik ben nu verdrietiger dan ik óóit in mijn leven geweest ben, Agam. Dit is écht het allerergste wat ik ooit heb moeten doen of doorstaan. Maar wíj kunnen jou niet meer geven wat je nodig hebt, dus ik weet wél dat dit de weg is die we moeten gaan. Mijn hart breekt bij de wetenschap dat je dit niet zult begrijpen. Logisch, welk kind, gezond of niet, zou dit wél begrijpen? Toch hoop ik dat je óóit zult aanvoelen dat we, juist door onze liefde voor jou, deze keuze moésten maken.

Lieve Agam,

Toen jij acht jaar geleden bij ons kwam wonen, was ik de gelukkigste moeder van de wereld. Uren, dagen kon ik naar je kijken. Naar je schitterende, donkere ogen, naar je mimiek, naar je mooie zwarte velletje, je mond, je lieve neusje. Ik heb het je al vaak verteld: ik hield van je vanaf het eerste moment dat ik je zag. En dat is vanaf die dag alleen maar méér geworden; ik hou 'onvertelbaar’ veel van je en dat zal ik altijd blijven doen. Daarom is het heel erg moeilijk, om te beseffen dat we jou niet meer kunnen geven wat je nodig hebt. We hebben het héél erg geprobeerd, Agam. Héél, héél erg. Elke dag, jaren, en met een heleboel mensen die meehielpen. We mogen daar niet langer mee doorgaan, Agam. Ik heb altijd gedacht, dat ik zou doen wat het beste is voor jou, maar nu wil ik het niet; ik wil je niet laten gaan. Dan maar niét goed voor jou, maar je moét bij me blijven…. ook al gaan we er allemaal aan onderdoor. Als de aarde een randje zou hebben, zijn wij er overheen gegaan. Vele, véle keren. In pogingen je te helpen, van alles te proberen… ware het niet dat het niet hielp. Wij kunnen je, beseffen we, niet langer verder helpen. Ik moét je loslaten om je kansen op een mooie toekomst te vergroten. Om een of andere gèkmakende reden zijn wij degenen waarbij jij niet gelukkig bent. Elke minuut dat je bij ons bent, ben je razend en bang. Dat was je als baby en peuter al, en ironisch genoeg dacht ik dat weg te nemen door je te troosten, begrenzen, knuffelen en dicht bij je te zijn. En dat heb ik dus ook gedaan; ik heb je plat geknuffeld. Het maakte je niet rustig. Het werkte averechts. Je kon er niet tegen. Ik zag dat niet en dacht juist dat ik je meer moest geven; to make you feel my love.

Je gaat straks wonen op een plek waar mensen je wél kunnen geven wat je nodig hebt; héél veel structuur en regels, geen uitzonderingen, wel betrokkenheid, maar geen affectie. Mijn hart scheurt letterlijk, Agam, dat mag je best weten. Hoe jij zal reageren? Daar heb ik nachtmerries over, maar gek genoeg kan ik het moeilijk inschatten. Ik hóóp dat je gauw zult wennen en dat je rustiger wordt en minder boos. Er is niets erger dan boos door het leven gaan, en dat doe je nu al heel wat jaren. Ik gun je een minder boos bestaan.

Ik hoop dat je het ons zult vergeven, Agam. Dat je óóit zult zien, dat we geprobeerd hebben te kiezen wat het beste is voor jou.
Ik heb géén gevoel van falen; we hebben álles, en meer, gegeven. Meer hebben we niet. Ik hèb gewoon, werkelijk, niet méér dan wat ik je al die jaren gegeven heb. Ik ben op. We doen je niet weg, Agam. We geven wél de dagelijkse zorg aan iemand die het nu beter kan dan wij. Jij zult áltijd mijn eerste kind zijn. Als het mag van jou, blijf ik mijn leven lang je moeder. Ik hou zielsveel en voor altijd van je.

Mama


Terug naar de dagboeken