Terug naar de dagboeken

Kamertijd en een fijn weekend

Toegevoegd op : 1 mei 2012 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Agam zit nu zes weken in de crisis-opvang. Het waren loodzware weken. Ik werd zelf nog een béétje afgeleid omdat ik me heel hard kon inzetten om een nieuwe, langdurige plek voor hem te zoeken en alles daarvoor te regelen: indicaties verzorgen, locaties bezoeken, praten, bellen en nog eens bellen. Uiteindelijk hadden we bovenaan ons wensenlijstje een plekje in Gelderland. In een instelling voor kinderen met een licht verstandelijke handicap én een heftige hechtingsstoornis.
Het leek op rolletjes te gaan en na heel intensief werken, kregen we te horen dat hij op korte termijn een plekje zou krijgen. We kregen zelfs al het adres en keuze uit scholen.
Het was gelukt! En binnen een onverwacht snel tijdsbestek.
We waren dankbaar dat we Agam snel van de plek zouden kunnen halen waar hij nu zit. Een vervelend onderbuik gevoel wordt steeds groter: hij moet daar weg, en snel.
Gelukkig ging dat nu lukken en dat vertelden we Agam. We Googleden zijn nieuwe adres en vonden een foto van zijn nieuwe huis. Hij keek er aandachtig naar en stelde vragen. Zijn plaatje voor de toekomst kon ook bij hem langzaam vormen aan gaan nemen en dat deed hem zichtbaar goed.

Agam vertelde 's avonds aan de telefoon dat hij donderdag vrij zou zijn van school. Hij verheugde zich op zijn vrije dag. We vroegen naar de plannen voor die dag. Dat wist hij nog niet. We sloten af met:“Heel veel plezier morgen!”
Donderdagavond belde hij weer. Zijn stem klonk timide en zacht over de intercom.
“En?! Hoe was het vandaag, Agam?” vroegen wij.
“Niet zo heel leuk, mam. Ik moest lang op mijn kamer.”
Agam heeft twee keer per dag een uur kamertijd: je moet alleen op je kamer blijven en de deur gaat op slot. Indien écht nodig, mag je op het intercom-knopje drukken. Vreselijk vindt hij die kamertijd. Hij kan slecht tegen alleen zijn en een uur is dan lang. Twee keer een uur is nog langer.
Ik vraag Agam hoelang 'lang’ dan is. Van half tien tot half een, begrijp ik uit zijn woorden. Ik frons. Dat zal toch niet bestaan? Ik besluit het naderhand te checken bij de leiding.
“Ja, het klopt,” vertelt de stagiaire onschuldig en vrolijk, “We hadden namelijk vergadering.”
“Vergadering?! Dríe úúr?! Op een dag dat die kinderen vrij zijn?!” zeg ik geschokt en verdrietig om Agam.
“Eh… ja,” zegt ze.
“En dan sluit je ze maar op al die tijd? Op hun kamertje?!”
“Eh… nou… ópsluiten..,” stamelt ze.
We hangen op. Met deze dame bereik ik natuurlijk niks en het heeft geen zin háár aan te spreken.
In de verdere uren van de avond – en nacht – slaat mijn verdriet om in woede: een kind van tien jaar drié uur opsluiten in zijn kamertje, omdat je een vergadering hebt!
En dat zijn dan mensen uit de ZORG? Mét een gedragswetenschapper erbij?! En ze vergeten even naar hun eigen gedrag te kijken, ofzo?! De stoom komt nog nèt niet uit mijn oren.

De volgende ochtend vroeg schrijf ik een mail. Ik schrijf dat ik dit onacceptabel vind en dat ik de verzekering wil hebben dat dit niét meer gebeurt.
Ik hoor niks terug.
Eind van de dag besluiten we te bellen,omdat we voor het weekend nog contact en belofte hierover willen hebben. Ik verwacht enige schaamte en excuses. Een normaal denkend mens heeft hier toch vraagtekens bij, zou je denken.
Niets is minder waar. Onze verontwaardiging wordt met verbazing ontvangen. Wij begrijpen toch ook wel dat vergaderen móet?
Ik ben perplex en steeds kwaaier. Ook uiteindelijk krijgen we geen gehoor: zij doen alles volgens de reglementen.
Ik probeer me doelbewust te troosten met de gedachte dat Agam hier binnenkort weg is. Nog éven volhouden voor ons allemaal…

Dan belt de mevrouw van de instelling uit Gelderland. Ze moet ons, met een zwaar hart, helaas vertellen dat er een foutje is gemaakt: er is een jongetje dat nog even voorrang heeft boven Agam. Dat jongetje gaat de plek innemen die Agam toegewezen was. Het spijt haar erg. Wanneer Agam aan de beurt is en waar hij precies naartoe gaat, is nog onduidelijk nu. Dat horen we snel. Evengoed een fijn weekend!

Alles stort weer even in.
We waren zó ver.
Wat nu?
Wat nu…?


Terug naar de dagboeken