Terug naar de dagboeken

Ik ga u een sprookje vertellen

Toegevoegd op : 29 juli 2011 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

In week drie is de blinde proef met Ritalin stopgezet. Iedereen was overtuigd: dit is het niet. Hoe hoger de dosis werd, hoe onmogelijker Agam. Ik zal u niet vermoeien met details, maar neem van mij aan dat we allemaal op het randje van de waanzin zaten. Toen kwam uiteraard de vraag: Wat nu? Risperdal hielp vroeger behoorlijk, maar kan niet meer i.v.m. Agam’s afwijkende bloedwaarden. Dipiperon hielp een beetje, maar hij werd er zo rond als een tonnetje van.
De kinderpsychiater was overtuigend. We gaan Abilify proberen. Dit is ook een anti-psychoticum, maar redelijk nieuw en het geeft minder bijwerkingen. Wel heeft het een week of twee nodig om echt te gaan werken, dus we mochten niet meteen teveel verwachten. Zes dagen geleden nam Agam zijn eerste pilletje.

Neemt u even plaats op een stoel. Leun achterover. Ik ga u een waar sprookje vertellen…..

Het is weekend. Agam heeft gisteren zijn eerste pilletje Abilify gekregen en we merkten er, zoals voorspeld, niets van. Het is nu zaterdag. Kwart over acht in de ochtend. “Mam?” hoor ik een rustige stem roepen, “Gaan we zo naar beneden?” Ik knijp met mijn ogen. Wat een heerlijke droom! Agam, die normaal praat. Zonder te schreeuwen. Zonder ruzie te zoeken. “Mama? Gaan we zo naar beneden?” hoor ik nogmaals. Ik zit ineens rechtop in bed en een glimlach breekt door op mijn gezicht. Ik stoot Koos aan, vrij hard en hij schrikt wakker:“Hoorde je dat?! Hoorde je dat?!” vraag ik hem. “Huh? Wat?” antwoordt hij slaperig. “Het werkt!!”

Ik probeer de woorden te vinden om te beschrijven wat ik voel en zie, maar eigenlijk is niets toereikend. Agam is een ander kind. Een gelukkig kind. Een kind. En dat duurt nu al bijna een week! Als dit zo blijft, is Abilify voor ons een wondermiddel. Het lijkt of het in zijn genen is gedoken, omdat het niet alleen aan de oppervlakte werkt. Ja, het maakt hem rustiger en hij schreeuwt niet meer. Nee, hij ratelt ook niet meer elke seconde van de dag. En hij is minder agressief. Maar het gaat veel verder dan dat. Waar Agam nooit in staat was éérlijk te praten over zijn angsten of over zichzelf, heeft hij nu een rust gevonden waardoor dat wel mogelijk is. Hij heeft ook oog voor zijn omgeving en voor de gevoelens van anderen. Hij kan iets loslaten en zich ergens bij neerleggen. Hij zit ín zichzelf, waar voorheen hysterie of paniek hem leidde. Het is de wereld op zijn kop! Werkelijk!

“Mam, ik vond mijn leven nooit leuk. Ik wou altijd dood,” zegt Agam, “Maar eigenlijk is het leven wél leuk.” Ik glimlach. Hij heeft dat inderdaad regelmatig gezegd. “Wat heerlijk, vent. Ik ben ongelofelijk blij.”

En oh…, wat besef ik me dat we op het randje hebben gestaan. Op het randje van opgeven. Op het randje van uithuisplaatsing. We waren er slechts centimeters van verwijderd. Dit, alleen deze week al, geeft een emotionele trots, die ik in mijn zak steek. Dit is Agam, zoals ie bedoeld is. Dit is dat heerlijke knulletje van wie ik altijd heb geweten dat ie ergens was. We konden hem alleen nooit vinden.

Nu is ie er.
En gaan we opbouwen.
En leuk leven.
Eindelijk.


Terug naar de dagboeken