Terug naar de dagboeken

Het pleegbloed gaat weer stromen

Toegevoegd op : 14 december 2009 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

We hebben aangegeven vanaf 4 januari weer beschikbaar te zijn voor een crisisplaatsing. Tot die tijd hebben we 'vakantie'! Dan krijg je elke keer weer de vraag: "Waarvoor zijn jullie beschikbaar? Wat is jullie aanbod?"

Het wijkt – bij ons – elke keer toch weer iets af van het vorige aanbod. Vanaf januari staan wij open voor een jongen of meisje van 0-3 jaar. Dat kindje kan in principe maximaal vier maanden bij ons blijven, maar wij hebben de mogelijkheid om die periode te verlengen als dat nodig mocht blijken. Daar bedoelen we mee, dat een kind niet naar een volgend crisisgezin hoeft als het bij ons allemaal makkelijk verloopt. Verder zijn we flexibel in regelmatige bezoekregelingen – willen we halen en brengen – en verkiezen we heftigere problematiek boven de lichtere.
Er wordt gevraagd of we ook een dubbel-plaatsing willen?
Dubbelplaatsingen zijn altijd pittig! Tenminste… zo hebben wij dat ervaren de drie keer dat we hier 'brusjes’ (boertjes/zusjes) hadden. Maar, ja, het is ook wel gaaf! Brusjes is goed, mits ze beiden ónder de drie jaar zijn.

En zo begint bij ons allemaal het 'pleegbloed’ weer zachtjes te stromen. Sophie wil graag een meisje dat op schoot kan. Luuk wil eigenlijk een jongen waar hij mee kan voetballen en naderhand contact mee kan onderhouden op MSN, maar een kleintje is ook wel leuk. Agam wil wel weer een kind dat onze taal niet spreekt, want dan kan hij hem dat leren en dan leert Agam zíjn taal. Koos lacht ontroerd om alle wensen; het maakt hem niks uit, hij vindt alles leuk. En ik besef me dat het eigenlijk al vast ligt wie hier als volgende gaat komen. Er ís nu al ergens een kindje dat het moeilijk heeft, en dat hier straks als compleet vreemde binnen gaat komen. Én ons uiteindelijk ook weer gaat verlaten, maar dan wel voor altijd verankerd in mijn hart. Want dat is wél het moeilijke aan crisis/kortdurende pleegzorg; ze gaan weer…

Maar in de periode dat ze bij ons horen, troosten we ze, verschonen we elke luier, brengen we ze naar bed en halen we ze er weer uit. We kussen kapotte knieen en sussen ruzies. We komen erachter welk eten ze lekker vinden en hopelijk hoe ze klinken met de slappe lach. We knippen hun nagels nog een keer en gaan weer naar de kapper. Ze gaan papa en mama tegen ons zeggen, omdat ze dat ondertussen gewend zijn en de hele dag niets anders horen, en wij herinneren ze eraan dat we oom Koos en tante Lot zijn. We benoemen naar Luuk, Agam en Sophie dat zíj de broers en zus zijn en dat dit een logeetje is, dat ook weer zal gaan.

Het is misschien gek dat ik me er langzaam alweer op verheug; op ons nieuwe hoofdstuk.

Met vriendelijke groet,
Lotte


Terug naar de dagboeken