Terug naar de dagboeken

Geluk is relatief

Toegevoegd op : 12 oktober 2012 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Agam is nu zeven maanden uit huis en langzaam beginnen wij, als gezin, te normaliseren. Ik vind het wel moeilijk om te beseffen hoe 'afgedwaald' we zijn geraakt de afgelopen negen jaar. Ook heb ik blijkbaar zeven maanden nodig gehad om dat enigszins te beseffen, want pas nú kan het soms keihard tot me doordringen.


De eerste maanden na zijn vertrek besefte ik, slechts, hoe fluitend eenvoudig het leven óók kan zijn: geen dagenlange gevechten, geen dodelijke vermoeidheid al bij het opstaan, geen gekmakende strijd om álles.
Mijn leven was ineens alsof ik in een hangmat op Hawaii lag, met een cocktailtje in de zon (verdrietige gitaarmuziek op de achtergrond, dat wel): easy-going en makkelijk. Alles liep gewoon ook zonder uitputtende inspanning.
Pas een paar maanden na mijn “Hawaii-gevoel” besefte ik dat de wereld om me heen scherper werd. Het is jarenlang een onscherp en wazig gebeuren geweest. Onbelangrijk ook, want ik had geen energie die wereld nog te zien. Ik was slechts aan het overleven en Agam bij ons aan het houden.

Mijn intense angst Agam voor altijd te breken door de beslissing te nemen hem uit huis te plaatsen, bleek ontzettend ongegrond: hij leeft gewoon door zoals hij al deed.
Dit is me tien keer voorspeld, maar ik weigerde het te geloven. Ik kende Agam tenslotte het beste! Niet zíj!
Een Reactieve Hechtingsstoornis is zó ongelofelijk moeilijk in te voelen, dat ik echt wel durf te zeggen, dat ik het nu nog steeds niet begrijp.
Wat ik nu wél heb, is de afstand om actie en reactie te zien. En ook om beter te horen wat de hulpverlening nou precies tegen me zegt.

Pieter, Agam’s Persoonlijk Begeleider, zei in het begin eens: “Het enige wat het makkelijker zou maken, is als jullie wat minder van hem gaan houden.” (Deze opmerking was ingebed in een warm verhaal).
Minder van hem houden doen Koos en ik niet, maar ik besef nu wel dat onze emotionele liefde hem niet gaat redden, ook al had ik daar álles voor over gehad.
Onze fúnctionele (is dat het goede woord?) liefde echter kan hem nog wel veel geven. We moeten er blijven als basis: afspraken nakomen, hem bezoeken en schrijven, helicopterview over zijn leven houden en op die manier voor hem zorgen. We moeten een beetje stiekem heel veel van hem houden, zeg maar. Zonder dat hij er last van heeft.

Agam’s eerste echte Evaluatie is een feit. Districtsmanager, orthopedagoog, maatschappelijk werker, Pieter, meester van school en Koos en ik.
Ná deze bespreking zullen we Agam officieel gaan vertellen dat hij niét meer naar huis zal komen voor een dagen of nacht. We zullen hem, i.v.m. zijn heftige reacties, slechts nog op de groep bezoeken. Koos en ik hebben vele nachten wakker gelegen, pratend en zoekend naar mogelijkheden om hem tóch nog naar huis te halen voor even. Die oplossingen vonden we niet. Het kan niet meer.

Iedereen doet zijn zegje. Het is gesprek is open en eerlijk. We herkennen Agam in alles wat we horen.
Dan is het pijnlijkste onderwerp daar: Agam zal niet meer naar huis kunnen voor bezoek en dat moeten we hem, hierna, dan ook melden. Hoe gaan we dat doen?

“Ho…,” zegt de districtsmanager, en hij denkt nog een seconde rustig na, “Jullie hebben alles gedaan wat menselijkerwijs mogelijk is en het is Agam’s grootste en enige wens om naar huis te mogen af en toe. Agam zál naar huis gaan af en toe. Met Pieter. Eens per maand komt hij bij jullie op bezoek.”
Niemand zegt iets.
Ik kijk Koos snel aan, maar durf nog niet goed. Dit heb ik waarschijnlijk niet goed begrepen?
“Agam komt een keer per maand, in een weekend, een dag naar jullie met Pieter,” verduidelijkt hij.
“Eén keer per máánd?!” hoor ik mezelf vragend zeggen. We zien Agam nu maar twéé keer per maand, en één keer mag dus thúis?! Oh, wat ongelofelijk heerlijk!
“Ja…, meer lukt écht niet,” zegt de districtmanager verontschuldigend.
Als ik alles terugspoel, hoor ik de orthopedagoog tegen hem zeggen: “Ze is juist erg blij! Ze is juist erg blij!”

We dachten Agam nooit meer thuis te hebben. Dit is een onbeschrijfelijk, totaal onverwacht geschenk, waar we zó dankbaar voor zijn!

We moeten 120 km rijden elke keer, maar wát is dat het 't waard en wát goed zit Agam op de beste plek van Nederland!
Hij komt. Begin november. Thuis. Voor een dag.
Geluk is relatief.
Wij, en Agam, zijn nu dolblij dat hij voor een dag naar huis mag.

En ik heb een baan.
Aankomende maandag begin ik.
Met open vizier en blik op de wijde wereld.
Hóóp ik…

Lotte


Terug naar de dagboeken