Terug naar de dagboeken

Geen ruimte

Toegevoegd op : 12 maart 2014 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Hij is twaalf. De puberteit hangt als een zware mist om hem heen. Een pukkel op zijn kin ontsiert zijn snoet. Hij schiet ineens de hoogte in en zijn stem wordt zwaarder en breekt soms. Hij zou het beste twee keer per dag kunnen douchen, maar één keer is al een strijd. Met andere woorden: hij is een puber.

Agam woonde anderhalf jaar op een besloten terrein en uiteindelijk ging het goed met hem! Hij leek zijn omgeving te ontgroeien en men schatte in dat hij kans zou hebben op een plek die iets meer op de echte wereld zou lijken. Koos en ik hielden ons hart vast, maar natuurlijk verdiende hij de kans: op naar een wat vrijere omgeving. Vier maanden later sjouwen we zijn spullen weer terug naar het terrein: het was het niet, het is niet gelukt.

Waarom niet? Omdat de wereld groot is als je constant moet zoeken naar gaten en mogelijkheden om te ondermijnen. Als dié kansen je opslokken en je alleen nog maar dáármee bezig bent. Als je daardoor geen tijd meer hebt om je leven te leven is het fijner als die vrijheid je ontnomen wordt. Agam gaf zelf aan dat hij niemand meer vertrouwde. Zijn leiding niet, ons niet. Hij werkte zich in situaties die ronduit gevaarlijk waren. Gewoon…, omdat het kon. Want hij mócht hier gewoon buitenspelen, met vriendjes afspreken, op internet, op voetbal. Dat was niet zijn schuld, dat was ónze schuld! Op het eind smeekte hij of we wilden regelen dat hij terug mocht naar 'het terrein’. Terug naar de strenge, maar voor hem veilige omgeving. Daar…, waar hij mensen weer kon vertrouwen en ons dus ook.

We hebben precies één officieel gesprek hoeven aanvragen om onze zorg expliciet neer te leggen. In dat gesprek kregen we gesprekspartners, die volledig meedachten, en ons op sommige punten zelfs meer vertelden dan wij ons realiseerden. De conclusie was binnen de duur van dat gesprek (een uur) helder: hij moet terug naar besloten terrein.

Agam was blij. We pakten alle spullen van zijn oude kamer in en reden drie keer heen weer om alles weer te installeren in zijn ‘oude’ huis. Trap op, trap af. Hij hielp vreselijk goed en zonder te klagen. Hij leek opgelucht terug te zijn. Ik organiseerde zijn kleding en prullaria en maakte zijn bed op. Hij sloot zijn stereo, tv en boxen weer aan.
Na een lange, goeie dag gaf ik hem een dikke kus en begon aan de autorit van anderhalf uur richting huis. Hij zwaaide me uit met zijn nieuwe, oude begeleider.

Ik ben kapot na vandaag, en Koos en ik duiken er om half tien in. Om kwart over tien hoor ik een blues-liedje. Een blues-liedje? Die heb ik lang niet gehoord. Het is de ringtone van de plek waar Agam weer terug is.
“Sorry dat ik zo laat bel,” zegt ze, “Hij is weer weg.”
“Wát?!?”
“Hij heeft het brandalarm af laten gaan, daardoor gingen alle deuren open en hij is weggelopen.”
“.....”

Rond twaalf uur 's nachts werd hij teruggebracht door de politie, die ondertussen hard meezocht. We zijn nu een klein weekje verder en hij doet het goed!
Hij went weer aan de regels, die vrijwel geen uitweg bieden. Hij kalmeert. Probeert al minder. Onze grootste wens is dat hij weer kan leven voor zichzelf. Dat zijn wereld zó strak geregeld is…, dat hij zó weinig ruimte krijgt…, dat hij weer tijd krijgt voor zichzelf.


Terug naar de dagboeken