Terug naar de dagboeken

Een willekeurig pleegkind (de sarcastische variant)

Toegevoegd op : 16 april 2011 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Here we go...: Voogden, pleegzorgwerkers..., je moet er allemaal mee door één deur. Dat kan ook meestal makkelijk, als je zelf een sociaal mens bent en de omstandigheden duidelijk zijn. En als pleegouder ben je veelal redelijk sociaal. Toch kom je, als sociale pleegouder, soms te staan voor situaties waarin het eigenlijk verstandig zou zijn iets mínder sociaal te zijn. Waar kinderen voor sommigen 'werk' zijn, is dát kind voor jou het kind waar je (soms al vele jaren) de dagelijkse zorg voor draagt. Het is het kind waar je van houdt. Dit schept soms (met een venijnige knipoog naar 'soms') verschil in belangen en ideeen. Onderstaand verhaal zal ongetwijfeld genuanceerder verteld kunnen worden. Het kan waarschijnlijk zó genuanceerd verteld worden, dat weinig lezers/toehoorders er nog een nare smaak van hebben. Je kunt verantwoordelijkheden hier en daar afzwakken en schuld elders aandikken. Vermoedelijk gaat dit ook gebeuren in het echte leven. En laat me vooraf zeggen, dat ik dat nog begrijp óók. Ik heb ook aan niémand in dit verhaal een hekel en ik begrijp iedereen. Écht. Maar het moet wél klaar zijn nu. Omwille van ons 'willekeurige' pleegkind. En als dat betekent dat wij, als pleegouders, keihard onze kont tegen de krib moeten gooien, dan zij dat helaas zo; ik ben er niet goed in, maar ik ben er wél klaar voor nu.

Veelkoppige, dure delegaties zijn het afgelopen jaar een paar keer bijeen gekomen om te bespreken hoe dat nou toch verder moet met het willekeurige pleegkind en de bezoeken van haar moeder. Elkaar een jaar niet zien, is toch wel héél lang, dus het moet er weer van komen. Dit in het belang van zowel dochter als voornamelijk moeder, die nu wel erg vaak aan de telefoon hangt.
Het pleegkind heeft een jaar de tijd gehad om elke donderdagmiddag haar posttraumatische stressstoornis een klein plekje te geven, ze dissocieert ondertussen niet meer de hele dag en lijkt bijna (als je goed kijkt) op een normale zesjarige. Al met al duidelijke signalen dat het tijd is voor een nieuwe bezoekregeling.

De uitgebluste hulpverlening heeft plaatsgemaakt voor frisse nieuwelingen, die bereid zijn iedereen weer een kans of wat te geven. Goed nieuws dus. Mama Debby lijkt volgens hen 'goed aan te spreken’ op haar vergissingen in het verleden. Nee, ze zal zich gedragen, haar handen thuishouden en geen agressieve scènes maken. Tuurlijk niet. Ze wil haar dochter namelijk graag zien.

Om de kans op onverwachte uitspattingen zo klein mogelijk te maken, wordt moeder goed voorbereid in de weken voor het bezoek. Dit gebeurt door haar begeleider, die pleegouders ook al jaren 'kennen’ en waar ze weinig goede ervaring mee hebben. Meerdere keren wordt mama Debby de regels uitgelegd: de voogd van het pleegkind én haar eigen begeleider zullen bij het bezoek aanwezig zijn. Pleegmoeder niet meer. Vroeger zat die er wél bij, omdat zij het meest vertrouwd is voor het pleegkind. Dit irriteerde mama Debby echter dérmate, dat ze dat niet meer wil; pleegmoeder mag wat haar betreft een ommetje maken. Om succeskans te vergroten ging de hulpverlening hiermee akkoord. Mama Debby is namelijk (onder ons gezegd) als ze boos is zélfs angstaanjagend voor volwassenen. Pleegmoeder wilde óók, na jaren, af van de rol van bemiddelaar en scheidsrechter, dus gaf deze belangrijke functie, in vertrouwen en na overleg, uit handen.

Aangezien het willekeurige pleegkind het afgelopen jaar, tijdens haar trauma-verwerking, het woord 'vertrouwen’ heeft leren invoelen en pleegmoeder elke drie weken instructies krijgt hoe dat te versterken, is besloten het pleegkind goed voor te bereiden op het bezoek. Pleegmoeder mag dit doen. Zij moet vertellen dat ze er zelf niet bij zal zitten, maar dat pleegkind kan vertrouwen op haar nieuwe voogd, die het bezoek zal begeleiden. Vertrouwen; een basis-ingredient voor een gezond bestaan.

Pleegmoeder heeft met pleegkind een klein kadootje gekocht voor moeder. Pleegkind heeft het mooi ingepakt met zelfgekleurd inpakpapier. Het haar van pleegkind zit ingevlochten en ze heeft nieuwe kleren aan. Ze heeft er vertrouwen in. Ze wil wel haar knuffel mee voor in de auto, maar verder is ze niet bang en heeft ze zelfs zin, ...zegt ze. Pleegkind komt met pleegmoeder, zoals afgesproken, iets eerder aan om aan het nieuwe gebouw van de nieuwe voogd te wennen. Pleegkind ontdekt in de speelkamer een schoolbord en speelt juf. Dan komt mama Debby. Pleegmoeder groet mama Debby kort en pleegmoeder verlaat dan, zoals afgesproken, maar met zwaar hart, het toneel. Pleegkind zwaait nog even kort en knikt naar haar.

De voogd kwam voor een ingewikkeld dilemma te staan toen pleegmoeder weg was. Mama Debby was namelijk zeer dreigend en eiste, na een jaar zonder dochter, tijd met haar kind alleen. Zonder begeleiding. Voogd schatte in dat de boel zou escaleren als dit verzoek niet ingewilligd zou worden. Mama Debby stond op exploderen. Omwille van pleegkind heeft voogd toen besloten ze alleen te laten. Ze bleef wel dichtbij, op de gang.

Pleegouders konden deze keuze betreffende hun zesjarige, getraumatiseerde pleegdochter, natuurlijk alleen maar begrijpen.
Alles draait om vertrouwen tenslotte. En pleegmoeder heeft op donderdagmiddag toch niks anders te doen; ze rijdt nog wel een jaar of twee naar de trauma-verwerking van haar willekeurige pleegkind. En ze bereidt haar willekeurige pleegdochter nóg wel een paar keer voor; dat heeft ze tenslotte al zo vaak in vertrouwen verkeerd gedaan (vertrouwen kan best met een knipoog); er komt tenslotte een nieuwe hulpverlener voor mama Debby aan, dus…, weer nieuwe kansen!


Terug naar de dagboeken