Terug naar de dagboeken

2x: geloof ons ook eens

Toegevoegd op : 21 juli 2011 in het dagboek van Pleegmoeder Lotte

Samen met Sophie heb ik een afspraak met haar therapeut en de systeemtherapeut. Het is de bedoeling dat ze haar, op voor haar begrijpelijke wijze, gaan uitleggen waarom ze voorlopig geen bezoek meer zal hebben van haar ouders. Sophie zit een beetje verloren in de grote stoel, tussen drie grote mensen. Al tijdens de inleiding dreigt ze haar interesse te verliezen.
“We gaan tekenen,” zegt haar therapeut ineens. Sophie wordt enthousiast en is weer alert.
Ze tekenen het gebouw waar Sophie altijd bezoek had van mama Debby en papa Bert en halen herinneringen op. Sophies herinneringen betreffen voornamelijk de boosheid: schreeuwen, stoelen gooien.
Dan benoemt Sophie:“Ik moet er altijd voor zorgen dat ze rustig blijft. Ik ben de enige die kan zorgen dat ze rustig blijft.”
De therapeut haakt daarop in door te zeggen, dat de bazen (de rechter en de dokter) hebben besloten dat dat niet goed is voor kindjes. Ouders moeten voor hun kindjes zorgen en niet andersom. Sophie knikt en wacht af.
“...en dus hebben de bazen besloten dat mama Debby jou voorlopig niet mag zien, Sophie,” zegt de therapeut, “Voorlopig is er géén bezoek meer.”
Sophie lijkt niet van streek, maar wil wel weten wie er nu voor mama Debby zorgt.
“De dokters zorgen nu voor mama Debby en mama Lotte zorgt nu voor jou. En mama Lotte blijft ook voor jou zorgen.”
“Hoe lang dan? Tot wanneer blijft mama Lotte voor mij zorgen?”
“Tot je zo groot bent, dat je voor jezelf wil en kan zorgen. Dus héél lang,” val ik bij.
Het is even stil.
“Als mama Lotte niet voor mij had willen zorgen, was ik nu dood geweest,” verzucht Sophie hoofdschuddend.
Ik kijk naar haar en ben ontroerd. Ze doet het zó goed…, maar wat heeft ze ook een last te dragen al.
Er lijkt haar echter nu een last afgenomen. Ik denk opluchting te zien. Hier kan ze niets aan doen; de grote mensen en de bazen hebben besloten. Zoals het hoort…., bij een kind van zes.
Even voel ik woede. Dit had twee jaar geleden al besloten moeten worden. We knokken hier al zo lang voor. Dan was Sophie nu sterker en geestelijk gezonder geweest.
“Hoe lang?” wil Sophie nog weten, “Hoe lang zie ik mama Debby niet? Een maand?”
Ze wacht het antwoord gespannen af.
“Nee, veel langer,” zegt haar therapeut.
“Misschien wel tot ik zeven ben? Of acht? Of tien??” vraagt Sophie.
“Ja, misschien wel tot je tien bent.”
In de auto terug kletst Sophie honderduit. Ik kijk glimlachend in mijn spiegel. Ik zie een opgelucht meisje. En ik weet dat ze haar opluchting nooit zal toegeven. Uit loyaliteit naar mama Debby.
Het is goed zo.

Waar Agam vorige week het 'placebootje’ te pakken had (dachten wij), waren we benieuwd naar de pil van 'week 2’ van de dubbel-blindproef Ritalin. Het is woensdagmiddag, zijn vrije middag. Vanmorgen ging week 2 in.
Spraakwaterval, hyper-de-hyper, concentratie 'nul’ en impulsiviteit maximaal. Dat is wat ik een uur later denk. Mijn oren tuteren, al mijn pedagogische kennis staat op scherp, maar dat laatste blijkt helaas zinloos: Agam is 'vertrokken’.
Bij Ritalin had ik toch altijd een ander beeld: kalmte vooral. Maar niets is minder waar. Het is erger dan ooit!
De dagen erna is hij vaak buitengewoon boos, in de war, maar vooral verdrietig. Om tien uur is hij nóg wakker en ligt te huilen in zijn bed.
Dít werkt dus écht, absoluut, helemaal niet!
Ik neem contact op met de instelling en leg het uit. Nee, we moeten doorgaan, zeggen ze. Dat hoort bij de proef.
“Het hele weekend doorgaan?” vraag ik verslagen.
“Ja, het weekend ook.”
Met pijn in ons hart geven we hem drie keer per dag een pil die hem totaal van streek maakt. Ons weekend wordt beheerst door de warrigheid, woede en het verdriet van Agam. Consequent reageren en straffen is ook moeilijk, want hij is totaal van het padje en ik heb erg met hem te doen en een hekel aan mezelf omdat ik het blijf geven.
Maandagochtend geef ik hem er – onder dwang – weer één en hij vertrekt dan naar school. Ik ben benieuwd of ze daar ook zien, dat dit niét werkt.
's Middags gaat de telefoon; het is de dagbehandeling. Agam weigert zijn medicijnen en vertelt dat hij er heel verdrietig van wordt. Ze hebben daarom besloten dat hij het niet meer hoeft. Als het hem zó ongelukkig maakt, dan is het niet zinvol.
Aankomende woensdag moet hij de nieuwe dosis wel weer proberen.
Een klein stukje in mijn geest maakt even kortsluiting, maar ik ben niet in staat dat te verwoorden.

Het is een terugkerend, héél zwaar aspect, in de opvoeding van Agam:
GELOOF ONS OOK EENS!!

Groet,
Lotte


Terug naar de dagboeken