Uit welk land?

Het dikste boek in de boekenkast van mijn ouders was zeker tien centimeter dik: ’Gejaagd door de wind ‘. Ik heb het nooit gelezen, maar vorige week stond ik in dubio, ik zag het liggen in een boekenkraam van de kringloopwinkel. Een paar euro en het was van mij. Na 35 jaar wist ik nog precies waar het stond, in welke kast en op welke plank. Makkelijk misschien, het stond onderweg naar de keuken, je kon er niet om heen. En als je die route in je hoofd weer eens aflegt, komen er meer herinneringen boven drijven. Mijn vader, die het koken graag aan mijn moeder liet, maar wel twee keer per jaar een hete kip uit de oven maakte. Mijn moeder, die streepjes op de wijnfles zette omdat het peil wel verdacht snel zakte. Bijzonder, hoe zo’n boek wat daar toevallig ligt in de kringloopwinkel een reeks herinneringen oproept. Een ‘anker’ noemt Douwe Draaisma het als ik het goed heb in zijn boek over het geheugen.

Welke ankers zou mijn dochter tegenkomen over 35 jaar? Een geur? Een geluid? En waar ik nog veel nieuwsgieriger naar ben, welke zal mijn pleegzoon tegen komen? En dan ben ik vooral benieuwd naar de ankers die hem doen denken aan zijn eigen – biologische – ouders. Hij ziet ze gelukkig regelmatig, om de twee weken. De ene keer zijn vader, de andere keer zijn moeder. In het begin nog even op neutraal terrein, nu al weer heel lang bij ons thuis. Na een kopje koffie gaan ze samen op pad. Soms iets gewoons, even de stad in, een ijsje halen, de hond uitlaten, dat soort dingen. Samen zwemmen is ook een geliefde bezigheid. En soms ook een ‘vader-en-zoon-moment’, samen de winterbanden op de auto zetten en aan de remmen sleutelen. Of een uurtje gamen met zijn moeder.

Als ik het met collega’s of kennissen wel eens heb over pleegzorg krijg ik regelmatig de vraag: “Uit welk land?”. Als ik dan zeg: “Gewoon, uit Nederland, ongeveer twintig kilometer verderop.”, kijken ze erg verbaasd. Ik snap de verwarring wel, als je weinig met pleegzorg te maken hebt, noem je het misschien snel in één adem met adoptie. Ik kan er wel om lachen zelfs.
Wat ik veel moeilijker vind is de vraag wat die collega’s eigenlijk zien van de wereld om hen heen. Iemand vertelde me eens over een aanrijding toen hij in een grote stad woonde. Het was een paar huizen verderop en de algemeen geldende gedachte in de straat was, ‘oh, een paar huizen verderop, dus niet bij ons’. En iedereen ging weer snel naar binnen. Nu woont hij in een klein dorpje. Als er nu wat gebeurt in de straat, zo vertelde hij, is het van iedereen. Het is immers in óns dorp. Iedereen komt helpen.

Dat verhaal is mijn anker naar pleegzorg. Pijn, verdriet, boosheid, ellende en onvermogen, het ligt vaak zo dicht in de buurt, maar lang niet iedereen ziet het. Moeilijk om dan niet te denken: “’Oh, een paar huizen verderop, dus niet bij ons.”, maar om te zien of je kunt helpen. Dat is voor mij de essentie van pleegzorg: iets doen als het anderen om je heen even niet lukt. Dat kan voor korte tijd zijn, in een crisis, voor de weekenden of voor langere tijd, zoals bij ons. En dat mag best gaan om iemand uit een ander land, maar ik richtte me als pleegouder op wat er hier om ons heen gebeurt. Gewoon, heel dichtbij.

Peter, pleegouder Youké

Pleegzorg Nederland zoekt supergewone pleegouders

Lees meer