| |||
![]() Introductie Vormen van pleegzorg Pleegzorg voor een bekend kind Om welke kinderen gaat het Hoe wordt u pleegouder Meest gestelde vragen Interviewserie Dagboeken van pleegouders Adressen instellingen voor pleegzorg Informatie aanvragen / aanmelden Literatuur Woordenboek Links |
Beginpagina Kinderen en jongeren Ouders Pers Pleegouders Pleegouder worden Professionals | ||
|
U bent nu hier: Beginpagina / Pleegouder worden / Woordenboek over pleegzorg /
Woordenboek
Aanwijzing:Als de ouders of het kind/ de jongere niet willen meewerken aan het plan van aanpak is de aanwijzing één van de middelen die een gezinsvoogd kan gebruiken tijdens een OTS. Een aanwijzing kan aan een kind/ jongere gegeven worden maar ook aan zijn/haar (pleeg)ouders en moet worden opgevolgd. Een aanwijzing moet zo concreet mogelijk zijn.Bestandspleegzorg:Dit zijn pleegouders die een onbekend kind in hun gezin opnemen.Bijplaatsing:de komst van een pleegkind in een gezin waar al een ander pleegkind woont.Blokkaderecht:Wanneer een pleegkind bij een vrijwillige plaatsing langer dan een jaar bij pleegouders woont, kunnen pleegouders gebruik maken van het blokkaderecht. Dit betekent dat een ouder aan de pleegouder(s) moet vragen het kind weer zelf te mogen verzorgen. Stemt een pleegouder hier niet mee in, dan moet de ouder aan de rechtbank toestemming vragen. Tot de rechtbank een beslissing heeft genomen, kunnen pleegouders terugplaatsing blokkeren. Pleegouders kunnen ook gebruik maken van het blokkaderecht als Bureau Jeugdzorg de voogdij heeft over het pleegkind (als een pleegkind langer dan een jaar bij pleegouders woont). Het blokkaderecht geldt niet bij een ondertoezichtstelling.Bureau Jeugdzorg:Dit is de centrale toegang tot alle voorzieningen voor jeugdzorg. Iedere provincie heeft een Bureau Jeugdzorg, vaak met meerdere regiokantoren. Klik hier voor de adressen.Crisisopvang:In een crisissituatie wordt een kind zonder indicatie van Bureau Jeugdzorg in een pleeggezin geplaatst. Kinderen van 0 tot 18 jaar worden maximaal vier weken op deze wijze opgevangen. In die periode onderzoekt Bureau Jeugdzorg hoe het verder moet.Dagpleegzorg:Aanvullende opvang voor een kind waar de ouders tijdelijk niet volledig voor kunnen zorgen. Het kind wordt één of meerdere dagdelen in de week in het pleeggezin opgevangen. Zodra de thuissituatie weer stabiel is, stopt het de opvang.Gezag:In principe hebben beide ouders van een kind het gezag. De met gezag beklede persoon heeft het recht en de plicht om een kind te (laten) verzorgen en opvoeden. Een kinderbeschermingsmaatregel beperkt het gezag van ouders.Gezinsvoogd:Een medewerker van Bureau Jeugdzorg die wordt benoemd bij een ondertoezichtstelling (OTS). Hij/zij is verantwoordelijk voor het schrijven van het Plan van; Aanpak en ziet toe op de uitvoering daarvan.Hulpverleningsplan:Het plan waarin de doelen van de pleegzorgplaatsing beschreven staan. Een eerste plan moet binnen 6 weken na een plaatsing klaar zijn. Hulpverleningsplannen worden regelmatig geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Het hulpverleningsplan kan alleen in overleg gewijzigd worden.Hulpverleningsvariant:pleegzorgplaatsing waarbij wordt gewerkt aan terugplaatsing naar de eigen ouders. Pleegouders en hulpverleners helpen het kind en de ouders op weg, zodat ze het vervolgens zelf weer aankunnen. De duur van zo’n plaatsing varieert van een paar maanden tot enkele jaren.Indicatiebesluit:Bureau Jeugdzorg kan besluiten tot een indicatie voor jeugdzorg. Dit gebeurt op het moment dat verdere zorg voor een jongere noodzakelijk is. De jongere en de ouders hebben inspraak in het vaststellen van de indicatie door het Bureau Jeugdzorg. In samenspraak wordt het probleem omschreven en vastgesteld welke zorg nodig is.Instelling voor Pleegzorg:Een instelling voor pleegzorg geeft voorlichting, werft nieuwe pleegouders en bereidt hen voor op het pleegouderschap, bemiddelt bij het plaatsen van kinderen en jongeren bij pleegouders en ondersteunt en begeleidt pleegouders gedurende de plaatsing. De instelling voor pleegzorg kan ook begeleiding aan ouder bieden.Kinderbeschermingsmaatregel:Als de problemen niet met vrijwillige hulp kunnen worden opgelost of als het gezin deze hulp niet wil aanvaarden, vraagt de Raad de rechter een kinderbeschermingsmaatregel uit te spreken. De kinderrechter beslist dan dat een ouder niet meer (volledig) verantwoordelijk is voor zijn of haar kind.Kinderrechter:De rechter die bekijkt of een verzoek (bijvoorbeeld tot het uitspreken van een OTS) volgens de wet kan worden ingewilligd. Dit verzoek kan worden ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming, de ouders of verzorgers of een jongere boven de 12 jaar.Langdurige pleegzorg:Er is sprake van langdurige pleegzorg als een kind langere tijd niet meer thuis kan wonen. Langdurig hoeft echter niet voor altijd te zijn.Maatschappelijk werker:Algemene term voor iemand die de hogere beroepsopleiding maatschappelijk werk en dienstverlening heeft gevolgd. Zowel de (gezins)voogd als de pleegzorgbegeleider zijn maatschappelijk werkers.Netwerkpleegzorg:Pleegzorg voor een kind van familie of bekenden.Observatiediagnostiek:Met een indicatie voor observatiediagnostiek vraagt Bureau Jeugdzorg aan de zorgaanbieder c.q. instelling voor pleegzorg om de problematiek beter in kaart te brengen, zodat Bureau Jeugdzorg een goed onderbouwd indicatiebesluit kan nemen. Observatiediagnostiek kan verschillende vormen hebben. Het kan inhouden dat het kind bij pleegouders wordt geplaatst die naast de dagelijkse zorg het kind ook observeren en over hun bevindingen rapporteren. Daarnaast kan psychologisch onderzoek worden aangevraagd of een onderzoek naar de gezinssituatie. Observatiediagnostiek duurt maximaal 6 weken met een mogelijkheid tot een eenmalige verlenging van 6 weken.Opvoedingsvariant:pleegzorgplaatsing waarbij pleegouders de verantwoordelijkheid op zich nemen om het kind op te voeden totdat het meerderjarig is. Bij deze variant spelen de eigen ouders vaak nog wel een belangrijke rol, maar zal het kind niet meer bij hen gaan wonen.Ondertoezichtstelling (OTS):Kinderbeschermingsmaatregel waarbij de ouder het gezag houdt over het kind. Het kind en de ouders krijgen begeleiding van een gezinsvoogd. Belangrijke beslissingen mogen de ouders niet meer alleen nemen, maar moeten ze eerst bespreken met hun gezinsvoogd. De gezinsvoogd kan in het belang van het kind zelf beslissingen nemen, bijvoorbeeld over het starten van therapie of het veranderen van school. Bij een OTS wordt jaarlijks beslist over verlenging van deze maatregel.POR:PleegouderraadPleegoudervoogd:dit is een pleegouder, die als enige de voogdij heeft gekregen over een pleegkind dat hij op het moment dat hij tot voogd werd benoemd op basis van een pleegcontract verzorgde en opvoedde. Het verblijf bij een pleegoudervoogd wordt hetzelfde benaderd als het verblijf bij een pleegouder. De pleegoudervoogd heeft recht op een pleegvergoeding. Het blijft pleegzorg in het kader van de Wet op de jeugdzorg.Pleegzorgbegeleider:Werknemer van de instelling voor pleegzorg, aangesteld om pleeggezinnen te ondersteunen in hun taak. De pleegzorgbegeleider staat een pleeggezin met raad en daad terzijde. Hij/zij komt regelmatig op bezoek in het pleeggezin. Dat kan variëren van 1 á 2 keer per week tot 1 keer per 3 maanden. De pleegzorgbegeleider kan ook de ouders begeleiden.Raad voor de Kinderbescherming:Deze organisatie heeft drie werkterreinen: "bescherming", "scheiding en omgangsregelingen" en "strafzaken". Daarnaast heeft de Raad ook een taak op andere terreinen waarbij de belangen van het kind op het spel staan, zoals adoptie, naamswijziging of opname van een pleegkind. De Raad doet onderzoek, adviseert in juridische procedures en kan maatregelen of sancties voorstellen. De Raad is geen hulpverleningsinstantie.Therapeutische pleegzorg:Dit is een intensieve variant van pleegzorg voor langere tijd. Naast extra begeleiding voor de pleegouders, zijn ook diagnostiek en therapie voor het pleegkind beschikbaar.Vakantiepleegzorg:Een kind heeft de mogelijkheid één of meerdere vakanties in een pleeggezin door te brengen. Het kind woont (nog) bij de ouders, in een internaat of in een ander pleeggezin en kan niet bij familie of vrienden terecht.Voogd:Medewerker van Bureau Jeugdzorg die de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van een kind overneemt van de ouders.Voogdij:Kinderbeschermingsmaatregel waarbij de rechter de verantwoordelijkheid voor de opvoeding (het 'wettelijk gezag') aan iemand anders geeft. Dit is meestal Bureau Jeugdzorg, die dan een voogd aanwijst.Weekendpleegzorg:Een pleegkind brengt een of meerdere weekenden per maand door in een pleeggezin. Het kind woont bij de ouders, in een internaat of ander pleeggezin. |
|||