Klik om naar de homepage te gaan
Beginpagina Kinderen en jongeren Ouders Pers Pleegouders Pleegouder worden Professionals
Je bent nu hier: Beginpagina / Kinderen en jongeren / Ouder dan 12 jaar /10 Geboden voor pleegkinderen /

Tien geboden voor kinderen in de pleegzorg


Jongeren uit de pleegzorg (zowel pleegkinderen als kinderen van pleegouders) hebben de tien geboden van de pleegzorg opgesteld.

‘Ik zou snel de toekomst in willen duiken,
om alles achter de rug te hebben 
en mijn eigen plan te kunnen trekken’

Deze uitspraak van een pleegkind vormde het uitgangspunt voor jongeren om 'de tien geboden voor kinderen in de pleegzorg' op te stellen. Ter verduidelijking is een aantal geboden geïllustreerd met uitspraken van jongeren.

    1. Gij zult kinderen serieus nemen en naar hen luisteren.

    Te vaak wordt er niet met kinderen gepraat. Neem kinderen serieus en vraag hen wat ze willen en vinden, bijvoorbeeld waar zij willen wonen. Kinderen kunnen vaak al op heel jonge leeftijd aangeven wat ze wel en niet willen, wat zij belangrijk vinden en waar ze behoefte aan hebben. Zij kunnen dat misschien nog niet altijd even goed onder woorden brengen. Volwassenen horen kinderen daarbij te helpen.

    2. Gij zult het vertrouwen van kinderen niet beschamen.

    Dat geldt voor alle volwassenen, maar in het bijzonder voor mensen die beroepsmatig met kinderen uit pleeggezinnen te maken krijgen. Kinderen geven soms aan dat ze informatie in vertrouwen willen vertellen. Een beroepskracht moet dan eerlijk zijn over zijn positie en mogelijkheden ten aanzien van het (pleeg)kind. Alleen in bijzondere situaties kan een beroepskracht zich genoodzaakt voelen om de vertrouwelijke informatie met anderen te bespreken. Dit kan alleen nadat dit met het kind is besproken, is uitgelegd waarom het zo belangrijk is en pas nadat het kind toestemming gegeven heeft.

    3. Gij zult niet jonassen. Ieder kind heeft een eigen, vaste plek nodig.

    Het steeds veranderen van een thuis (en dus meestal ook van school, van vrienden en van clubs) en onduidelijkheid over wat binnenkort ‘thuis’ is, is niet goed voor kinderen. Het leidt bijvoorbeeld tot slechte schoolprestaties. Kinderen willen zekerheid en stabiliteit. Onderling contact tussen pleegkinderen is belangrijk.
    Door het gejonas verlies je contacten. Niet alleen doordat een pleegkind zelf verhuist, maar ook doordat het moeilijk is om verhuizingen van andere pleegkinderen bij te houden.
    ‘Gij zult niet jonassen’ betekent ook: ‘Gij zult ervoor zorgen dat kinderen niet zoek raken en contacten verbroken worden.’ Bijvoorbeeld door elk pleegkind een mobiele telefoon of een e-mail adres te geven. ‘Op het JiP-kamp was er dit jaar een meisje waar we goed mee op konden schieten. Ze vertelde ons dat het niet goed ging in haar pleeggezin. Nu, twee maanden na het JiP-kamp, weten we alleen dat ze weg is uit haar pleeggezin. We weten niet waar ze nu woont en waar we haar kunnen bereiken.’

    4.Gij zult rekening houden met de familiebanden van de kinderen.

    Wanneer een kind pleegzorg nodig heeft, zou er als eerste naar mogelijkheden binnen de familie of in het sociale netwerk gezocht moeten worden. Als een kind in een vertrouwde omgeving opgenomen wordt, zijn er minder cultuurverschillen. Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor opa’s en oma’s omdat blijkt dat die in de praktijk nogal eens worden vergeten. Broertjes en zusjes moeten niet zomaar in verschillende pleeggezinnen ondergebracht worden. Een gedeelde geschiedenis biedt steun.
    Als broertjes en zusjes toch uit elkaar gehaald worden dan is het heel belangrijk dat er wel contact mogelijk blijft. Pleegouders en hulpverleners moeten alles doen om te zorgen dat broertjes en zusjes elkaar kennen. Op latere leeftijd is het aan de kinderen zelf of ze het contact verder willen onderhouden. ‘Het contact tussen mij en mijn tweelingzus is verbroken nu we in verschillende pleeggezinnen zitten. Ik weet niet waar zij zit. Laatst op onze verjaardag hebben we elkaar niet eens gesproken, zelfs niet telefonisch.’ 
    Voor eigen ouders en andere familie is dat niet anders. De mogelijkheid om contact te hebben, moet bestaan. Het is afhankelijk van de leeftijd van een kind hoe dit geregeld wordt. Voor dit soort beslissingen kan er geen harde kalenderleeftijd worden vastgesteld. Er moet worden gekeken naar het ontwikkelingsniveau van kinderen. In bijzondere gevallen mag er wel meer druk op jongeren worden gelegd om toch naar familie te gaan. Bijvoorbeeld als een ouder ernstig ziek is. ‘Ik wil niet verplicht worden om twee uur lang bij mijn moeder op bezoek te gaan.’

    naar boven

    5. Gij zult alle kinderen goed en op tijd informeren over zaken die voor hen van belang zijn.

    Geef kinderen eerlijke informatie en geef de informatie op begrijpelijke wijze, zodat kinderen het kunnen snappen. Controleer of kinderen het gesnapt hebben.
    Soms zijn situaties zo ingewikkeld dat het meerdere keren aan kinderen uitgelegd moet worden voordat ze het echt begrijpen. Een van de belangrijkste zaken is kinderen informeren over de problemen van hun ouders en ze te leren daarmee om te gaan.
    In alle gevallen geldt: openheid heeft grenzen. Kinderen hebben recht op informatie, maar er moet wel rekening worden gehouden met wat kinderen geestelijk aankunnen en kunnen overzien. Wanneer kan een kind problemen als prostitutie, drugsverslaving en ernstige psychische ziekten snappen? Dit geldt zowel voor pleegkinderen als voor eigen kinderen in pleeggezinnen.
    ‘Er komt binnenkort een meisje bij ons wonen. En ik hoorde op de valreep dat zij vorige week overdag kennis zou komen maken. Ik ben toen met een smoes eerder van school weggegaan. Ik vind het belangrijk dat ik ook kennis met haar maak’.

    6. Gij zult kinderen niet belasten met beslissingen die overhaast genomen moeten worden of waarvan ze de consequenties niet kunnen overzien.

    Vaak hoeft een besluit niet van het ene op het andere moment te worden genomen, bijvoorbeeld hoe een bezoekregeling of oudercontact wordt afgesproken. Een begeleider moet kinderen een goed advies geven en daarna moet een kind voldoende tijd hebben om erover na te denken, zaken serieus af te wegen en uiteindelijk een weloverwogen besluit te nemen. Dwing een kind niet tot het nemen van een overhaaste beslissing.
    Bepaalde keuzes hebben vergaande gevolgen, die zwaar drukken op de schouders van degene die de keuze maakt. Bij sommige keuzes kunnen kinderen niet overzien wat de consequenties zijn. Voor dat soort keuzes moeten kinderen niet verantwoordelijk gesteld worden.
    Kinderen kunnen bijvoorbeeld niet verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse zorg voor pleegbroers en –zussen en willen geen belastende informatie over hen weten. ‘Ik kon op een gegeven moment kiezen tussen wonen in een internaat en op mijn oude school blijven of wonen bij pleegouders en van school veranderen. Dat is geen vraag want er zijn geen redelijke alternatieven.

    naar boven

    7. Gij zult zorgdragen voor een volledig, optimaal en actueel dossier.

    ‘Ik mag toch pas mijn dossier inzien als ik 18 jaar ben?’ De hulpverlener moet het hele verhaal van het kind (alle informatie) opnemen zonder daar eigen conclusies in te verwerken.De invloed van ouders op de inhoud van een dossier is soms heel groot en niet altijd gewenst (door het kind).
    De inhoudelijke inbreng van verschillende partijen in een dossier moet herkenbaar en herleidbaar zijn. Pleegkinderen hebben recht om hun dossier in te zien. Begeleiders moeten ervoor zorgen dat kinderen op de hoogte zijn van dit recht. Pleegkinderen zouden niet zelf om inzage moeten vragen of er zelf achteraan moeten zitten.
    Hetzelfde geldt voor de jaarlijks rapportages over kinderen. Inzage is voor kinderen geen plicht. Kinderen moeten er ook voor kunnen kiezen hun dossier niet in te zien. Pleegkinderen moeten aanvullingen op hun dossier kunnen aandragen en fouten in het dossier kunnen wijzigen.
    Oude en achterhaalde informatie hoort niet in een dossier. Kinderen willen hun verleden ook achter zich kunnen laten. ‘Ik krijg ieder jaar de rapportage over mij thuis gestuurd.’

    8. Gij zult zorgen voor een goede en betrouwbare begeleiding van pleegkinderen.

    Kinderen hebben behoefte aan iemand die echt luistert en serieus neemt wat ze hem of haar vertellen en daar respectvol mee omgaat. Nu is het contact met een (gezins)voogd vaak heel beperkt en wordt er niet of heel slecht geluisterd naar kinderen en wat zij belangrijk vinden. En het komt nog wel eens voor dat dingen die in vertrouwen gezegd zijn toch aan anderen doorverteld worden.
    Het is vaak onduidelijk wie de persoon is waar kinderen naar toe kunnen als ze ergens mee zitten. Is het de (gezins)voogd of is het een pleegzorgbegeleider? Die personen zijn niet bereikbaar op momenten dat een pleegkind juist behoefte heeft aan een vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld op vrijdagmiddag, ’s avonds en in het weekend. Pleegkinderen moeten makkelijk en direct toegang hebben tot vertrouwenspersonen, zonder tussenkomst van andere volwassenen.
    ‘Een cliëntenvertrouwenspersoon voor pleegkinderen? Dat lijkt me niet zo´n goed plan. Dat is dan weer een vreemde die niks van jouw situatie af weet. Ik zou als ik problemen in mijn pleeggezin had eerder naar mijn mentor op school gaan die ken ik en hij kent mij.’
    Pleegkinderen hebben meerdere begeleiders: hulpverleners (pleegzorgbegeleiders en (gezins)voogden), leraren, jongerenwerkers en jeugdleiders. Deze begeleiders moeten samenwerken in het belang van de kinderen in de pleegzorg.
    Het kind hoeft dan niet alles altijd weer uit te leggen. Speciale aandacht moet er zijn voor de positie van scholen. Het is belangrijk dat leraren weten wat pleegzorg is. Als pleegkind hoef je daardoor in specifieke situaties niet steeds uit te leggen waarom bij jou soms dingen anders lopen. ‘Laatst kwam mijn vader op school kijken. Was de juf helemaal verbaasd. Ze zei: “Jouw ouders waren toch vorige week nog op de tafeltjesavond?” Ik heb dan eigenlijk geen zin om mijn hele verhaal weer uit te moeten leggen´.

    9. Gij zult klachten serieus nemen en kinderen ondersteunen zodat hun klachten op de goede plaats terechtkomen.

    Als kinderen klachten hebben moeten zij weten waar zij met deze klachten terechtkunnen, dat er naar hen geluisterd wordt en wat ermee gaat gebeuren.

    naar boven

    10. Gij zult kinderen uit pleeggezinnen in de gelegenheid stellen om onderling contact met elkaar te hebben.

    ‘Tijdens het JiP-kamp bleek hoe snel wildvreemde kinderen met elkaar vertrouwd zijn en heel persoonlijke dingen met elkaar bespreken omdat ze iets delen, namelijk het wonen in een pleeggezin. Dat is een soort vertrouwelijkheid die de meeste kinderen op school en met vrienden en vriendinnen niet snel hebben.’